Nieuws

Onbekende rijstparasiet bedreigt oogsten in Afrika

Gepubliceerd op
25 september 2014

Nog maar weinig landbouwkundigen kennen het fragiele, wit-bloeiende onkruidje Rhamphicarpa fistulosa, familie van de bremraap. Toch tast deze wortelparasiet steeds meer rijst in Afrika aan. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het onderzoeksprogramma PARASITE naar rijstparasieten in sub Sahara Afrika.

Begin jaren negentig is het rijstonkruid beschreven door een Beninese landbouwkundige, Gualbert Gbèhounou. Twintig jaar later bleek er nog steeds bijna niemand van te weten. Reden waarom in 2012 zeven Nederlandse en Afrikaanse onderzoeksgroepen onder leiding van Wageningen UR het probleem in kaart gingen brengen.

Ramphicarpa zie je eerst makkelijk over het hoofd

De Nederlander Jonne Rodenburg onderzoekt het plantje sinds 2006. Hij is onkruidkundige bij het CGIAR-instituut AfricaRice in Tanzania, één van de 7 onderzoekspartners. ‘Vrouwen lieten ons het plantje zien’, herinnert hij zich een veldbezoek in Senegal. ‘Ze hadden geen idee wat ze eraan moesten doen. Wegtrekken hielp niet.’ Ook de landbouwvoorlichters, die Jonne sprak, kenden het plantje niet. Wat niet verwonderlijk is, vertelt hij. Want voordat Rhamphicarpa een rijstveld overwoekert zie je het plantje makkelijk over het hoofd: het bloemetje opent alleen s’ nachts.

20% opbrengstvermindering

Rhamphicarpa1.jpg

De PARASITE partners organiseerden workshops, interviewden boeren en landbouwkundigen, raadpleegden herbaria en bestudeerden de biologie. Rhamphicarpa fistulosa komt voor in vrijwel alle landen ten zuiden van de Sahara, zo bleek uit de studies. En steeds meer in de laaggelegen, regenafhankelijke rijstvelden, waar de rijstteelt sterk aan het toenemen is. De parasiet kan er de opbrengst gemakkelijk met wel twintig procent verminderen en in sommige gevallen kan de oogst volledig verloren gaan. In de hoger gelegen velden lijdt de rijstteelt meer onder Striga, de andere belangrijke rijstparasiet.

Veldproeven

Inmiddels zijn Wageningen UR, AfricaRice en het Tanzaniaanse landbouwkundig instituut MARI gestart met veldproeven. Samen met boeren en voorlichters bekijken de onderzoekers het effect van organische mest zoals, kunstmest en combinaties. Bemesting is belangrijk omdat parasieten bij sterkere planten minder kans hebben. Ook bekijken de partners of andere rassen of zaaitijdstippen het onkruid kunnen onderdrukken. ‘Bestrijdingsmiddelen zijn vaak niet voor handen of te duur’, verklaart projectleider Lammert Bastiaans van Wageningen UR. ‘Bovendien: de technologie is kennisintensief en daarom niet erg geschikt voor promotie onder boerengroepen met een hoog percentage analfabetisme’

Nog steeds weinig aandacht voor Rhamphicarpa

Waarom Rhamphicarpa zo onbekend is, bleek meerdere redenen te hebben. Afrikaanse instituten hebben voor onkruiden minder aandacht dan voor bijvoorbeeld sprinkhanenplagen of dodelijke schimmelziektes. Die laatsten leiden immers zichtbaarder tot  opbrengstverliezen. Daarnaast zijn veldbezoeken schaars. Inmiddels werken op veel lokale kantoren al wel meer dan één of twee landbouw voorlichters, maar zo’n kantoor heeft dan weer maar één brommer, of geen benzine. En het kan wel een paar uur rijden zijn naar een rijstveld.

Sociaal-economische omstandigheden

Het onderzoeksprogramma PARASITE wordt betaald door de Nederlandse financier NWO-WOTRO en loopt tot 2016. De partners gaan lesmateriaal maken over Rhamphicarpa en boeren stimuleren hun eigen proeven te starten. Jonne Rodenburg roemt de interdisciplinaire aanpak: ‘We kijken ook naar de sociaal-economische omstandigheden en welke aanpak het best bij de getroffen boeren past. En ook hoe de informatie het best kan worden verspreid.’