Nieuws

Onderzoek naar mogelijkheden om blijvend grasland te vernieuwen

Gepubliceerd op
24 maart 2016

Wageningen UR heeft onderzocht welke vormen van lichte grondbewerking op blijvend grasland in Natura 2000-gebieden toelaatbaar zijn. Hoe kunnen deze in de praktijk worden toegepast en ook hoe kunnen ze worden gecontroleerd? Het onderzoek en het advies van Wageningen UR is gepubliceerd in het rapport Mogelijkheden om blijvend grasland in Natura 2000 gebieden te vernieuwen.

Om de biodiversiteit te beschermen mogen in Europa ecologisch kwetsbare blijvende graslanden niet worden geploegd of omgezet. Lichte vormen van grondbewerking zijn wel toegestaan. Nederland heeft deze bescherming van kracht verklaard voor alle blijvende graslanden binnen Natura 2000-gebieden. De vraag van het Ministerie van Economische Zaken is, welke vormen van lichte grondbewerking op blijvend grasland in deze gebieden toegelaten kunnen worden en hoe deze in de praktijk kunnen worden toegepast en gecontroleerd.

Van het Nederlandse graslandareaal ligt bijna 5% (= 47.543 ha) in Natura 2000-gebieden. Dit is vrijwel allemaal blijvend grasland, dat wil zeggen 5 jaar of ouder.

Doorzaaien om grasland te verbeteren

Geadviseerd wordt om in deze gebieden doorzaaien als graslandverbeteringsmaatregel toe te staan, onder de voorwaarde dat de grasmat niet vernietigd wordt. Doorzaaien is een methode om grasland te verbeteren zonder ploegen of andere vormen van grondbewerking. Na kort afmaaien van de bestaande grasmat en eventueel een lichte bewerking om de grasmat wat opener te maken wordt het zaad direct in of op de grond gezaaid. De resultaten van doorzaaien zijn bij een goede uitvoering vergelijkbaar met die van herinzaaien na ploegen, zonder dat er een verstoring van de bodem nodig is.

Op deze wijze blijft de ruimte die de Europese Commissie geeft om lichte grondbewerking in ecologisch kwetsbare blijvende graslanden toe te staan, ook goed controleerbaar. Bij een lichte grondbewerking en doorzaaien zal er namelijk altijd een dekkende vegetatie zichtbaar blijven, hetgeen duidelijk onderscheidend is van geploegd land.

Dit onderzoek is in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken uitgevoerd door Wageningen UR (University & Research centre), in het kader van Kennis voor Beleid (projectnummer BO-20-003-049).