Onderzoek onbedoelde bruinvis bijvangst in beeld afgerond

Nieuws

Onderzoek onbedoelde bruinvis bijvangst in beeld afgerond

Gepubliceerd op
17 januari 2019

Met 'Remote Electronic Camera Monitoring' is het aantal ongewenste bijvangsten van bruinvissen in de Nederlandse commerciële staandwantvisserij in kaart gebracht. In de onderzoeksperiode van 46 maanden tussen 1 juni 2013 en 31 maart 2017 zijn met camera's bruinvis bijvangsten in beeld gebracht. Analyse van de gegevens resulteert in een gemiddelde jaarlijkse bijvangststerfte door de Nederlandse commerciële staandwant vloot van 23 bruinvissen.

Bij een geschatte Nederlandse bruinvispopulatie van circa 40.000 dieren in dezelfde onderzoeksperiode gaat het jaarlijks om 0,05 Ć  0,07% bijvangst. Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Marine Research en Marine Science & Communication in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in samenwerking met de deelnemende vissers, die het verzamelen van onderzoeksgegevens mogelijk hebben gemaakt. Het doel: de mate van ongewenste bruinvis bijvangst in kaart brengen.

Richtlijn bruinvissen bijvangst; reduceren tot minder dan 1%

De bruinvis wordt beschermd door diverse internationale en nationale verdragen en overeenkomsten, waaronder de Habitatrichtlijn, OSPAR, ASCOBANS en het Nederlandse soortbeschermingsplan voor de bruinvis. ASCOBANS adviseert om bijvangst te reduceren tot minder dan 1% op basis van de best mogelijke populatieschatting. Aanleiding van het onderzoek was de zorg dat de staandwantvisserij jaarlijks honderden bruinvissen zou bijvangen. Hoewel het  belangrijk is te realiseren dat bijvangst afhangt van de visserij-inspanning en de verspreiding en aantallen bruinvissen, toont dit onderzoek aan dat de bijvangst gedurende de onderzoeksperiode substantieel lager was dan 1%.

Bijvangst in spiegelnetten en kieuwnetten

Gedurende de onderzoeksperiode waren veertien vissersschepen uitgerust met een Remote Electronic Monitoring systeem. Door middel van camera's en sensoren aan boord zijn videobeelden, tijdstippen van het binnenhalen en de locaties van de netten verzameld. Het onderzoek toont aan dat bruinvissen worden bijgevangen in zowel kieuwnetten als spiegelnetten. Met kieuwnetten wordt op onder meer tong gevist, met spiegelnetten voornamelijk op kabeljauw, tarbot en griet. De bijvangstfrequentieverdelingen tussen kieuwnetten en spiegelnetten verschilt, waarbij de mate van bijvangst voor spiegelnetten hoger is. De visserij-inspanning met kieuwnetten was hoger gedurende de onderzoeksperiode dan die met spiegelnetten.

Aanbevolen stappen in beschermingsmaatregelen

De belangrijkste aanbeveling is onderzoek te doen naar de mate van bijvangst op het Nederlands Continentaal Plat door andere visserijsegmenten, zoals de buitenlandse commerciƫle en Nederlandse recreatieve staandwantvisserij. Ook pleiten de onderzoekers voor de ontwikkeling van een kosteneffectief mobiel Remote Electronic Monitoring systeem en de voortzetting van cameramonitoring in samenwerking met de visserijsector. Tenslotte staat het legaliseren van het aanlanden van bijgevangen bruinvissen voor (pathologisch) onderzoek en het verbeteren van de datacollectiemethodiek van visserij-inspanning op internationaal niveau centraal, om een volgende stap in beschermingsmaatregelen te maken.

Succesvolle samenwerking na moeizame start

Een moeizame start van het onderzoek werd veroorzaakt door terughoudendheid van de vissers, bezorgdheid over privacy en datagebruik en technische problemen. Ondanks dat wisten alle betrokken projectpartners vanuit de overheid, visserij en wetenschap uiteindelijk succesvol samen te werken om het onderzoek uit te voeren.

Voor vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met:

-Marije Siemensma, Marine Science & Communication
(mail: m.siemensma@msandc.nl / tel.: +31 (0)6 16 830 430)

-Meike Scheidat, Wageningen Marine Research
(mail: meike.scheidat@wur.nl/ tel.: +31 317 487 108)