fundamenteel onderzoek naar het fysiologisch proces binnen de bol

Persbericht

Ongelijke voedselzekerheid kan mensen leven lang achtervolgen

Gepubliceerd op
3 december 2014

Ongelijke toegang tot voldoende en gezonde voeding is een belangrijke verklaringsgrond voor sociaal-economische ongelijkheid. Vooral de eerste duizend dagen in het leven van een jong kind, inclusief de fase vóór de geboorte, zijn van cruciale invloed op de levensloop. Opgelopen achterstand in de voeding kunnen vaak moeilijk worden ingehaald en kunnen invloed hebben op ongelijkheid in de cognitieve ontwikkeling of kansen op de arbeidsmarkt. Ondanks verbeteringen zijn op wereldschaal grote ongelijkheden rond voedselzekerheid en gezonde voeding nog altijd hardnekkig, zegt prof. Hilde Bras op 4 december bij de aanvaarding van het ambt als gewoon hoogleraar Sociologie van consumenten en huishoudens aan Wageningen University.

Vooral in de westerse wereld is er in de laatste twee decennia een enorme verbetering opgetreden in de toegang tot voldoende en gezonde voeding. De mens leeft langer en kindersterfte is nog maar een fractie van die in de 19e eeuw. Wereldwijd is de sterfte van kinderen onder de vijf jaar teruggelopen van 12 miljoen per jaar in 1990 tot 6,6 miljoen in 2012. Maar er zijn ook landen die nog niet delen in deze substantiële daling van kindersterfte, met name in Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië. Overigens, ook in een welvarend land als Nederland leven lager opgeleiden gemiddeld 6 jaar korter dan hoger opgeleiden. En een substantieel deel van de bevolking kan zich voldoende voedzame producten niet veroorloven en moet een beroep doen op voedselbanken. Ondanks verbeteringen over de hele linie verdwijnen grote ongelijkheden rond voedselzekerheid en gezonde voeding kennelijk maar moeilijk, stelt prof.dr. Hilde Bras in haar inaugurele rede Inequalities in food security and nutrition: A life course perspective.

Levensloop

Er is veel onderzoek gedaan naar voedselzekerheid op het niveau van landen, huishoudens en individuen op bepaalde momenten en in bepaalde contexten. Maar dat zijn veelal momentopnames, aldus prof. Bras. Er is maar weinig onderzoek bekend naar veranderingen in ongelijkheid door de tijd, stelt ze. Met haar groep wil Hilde Bras daarom inzetten op onderzoek naar ongelijkheden vanuit het perspectief van de levensloop van de mens.

Ongelijkheden blijven tijdens een mensenleven niet stabiel, zegt prof Bras. Economische en technologische ontwikkelingen, veranderingen op sociaal en demografisch gebied maar ook klimaatveranderingen en plotselinge crises zoals de uitbraak van Ebola, hebben invloed op de voedselzekerheid en ongelijkheden. Bovendien wordt steeds meer erkend hoe belangrijk de eerste duizend dagen in het leven van een kind, inclusief de periode dat die in de moederbuik verblijft, is voor de ontwikkeling van diens gezondheid, cognitieve vermogens en sociale leven tijdens de puberteit, het volwassen leven en op latere leeftijd.

Waar en wanneer ontstaan ongelijkheden rond voedselzekerheid, wil prof. Bras weten: “We weten dat de familie een belangrijke rol speelt, dat het in gezinnen in ontwikkelingslanden vaak uitmaakt of een kind een jongen of een meisje is, of de oudste of de jongste, als het gaat om de toegang tot voldoende en gezond voedsel”, licht zij toe. Ook is bekend dat tekorten op zeer jonge leeftijd gevolgen heeft voor de conditie op latere leeftijd. Nederlanders die geboren zijn vlak na de Hongerwinter in 1944 blijken meer dan gemiddeld aan obesitas te lijden op latere leeftijd. En uit recent onderzoek blijkt een verband tussen voedselonzekerheid in gezinnen en neiging tot overgewicht onder volwassen Braziliaanse vrouwen. Maar met name rond verandering in ongelijkheden valt nog veel te onderzoeken, meent Hilde Bras.

Sociaal-economische invloeden

Met haar oratie wil prof. Bras voedingsdeskundigen die zich inzetten voor de verbetering van de voedselzekerheid in de wereld – een doelstelling waarin zij zich zeer kan vinden – attenderen op de sociale, culturele en economische factoren die daarbij een rol spelen en die in ogenschouw genomen kunnen worden bij het ontwerpen van strategieën. Anderzijds wil zij collega-sociale wetenschappers wijzen op de grote invloed van de voedingsconditie van mensen op jonge en op latere leeftijd op sociaal-economische ongelijkheid.

Hilde Bras (Oosterhout, NB, 1968) studeerde cum laude af in Amerikanistiek en algemene letteren in Groningen. In 2002 promoveerde zij in Utrecht in de sociologie. Per 1 januari is zij gewoon hoogleraar Sociologie van consumptie en huishoudens, als opvolgster van prof. Anke Niehof die toen met emeritaat ging. Voor prof. Bras naar Wageningen kwam was zij universitair hoofddocent Economische, sociale en demografische geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.