Wageningen Livestock Research, Rapport 1022: ‘Samenstelling van blad, stengel en rhizomen in relatie tot optimaal oogst-tijdstip van Miscanthus x giganteus’

Nieuws

Oogsten van Miscanthus in late herfst lijkt aantrekkelijk

Gepubliceerd op
2 juni 2017

Oogsten van olifantsgras in oktober opent perspectieven door 40% hogere drogestofopbrengst dan oogsten in winter of voorjaar. De hybride Miscanthus x giganteus, ofwel olifantsgras, is een energiegewas dat geschikt is voor veel doeleinden. In Noordwest-Europa geeft olifantsgras hoge opbrengsten. Na aanplant kan het gewas 20 jaar blijven staan zonder gewasbescherming. Onkruidbestrijding is alleen in het eerste jaar nodig. Bovendien vraagt het gewas een lage bemesting en gaat het efficiënt met water en mineralen om.

Voor- en nadelen oogsttijdstip

Oogsten van Miscanthus in de winter of het vroege voorjaar is gebruikelijk vanwege het hoge drogestofgehalte. Het geoogste materiaal kan direct opgeslagen en bewaard worden bij minimaal 85% droge stof. Een zomeroogst (juli en augustus) heeft lage drogestofgehalten (35%)en geeft bovendien opbrengstreducties in droge stof van 50% ten opzichte van de winter-/voorjaarsoogst. Een nadeel is verder dat voor vervolgteelten de onttrokken mineralen (vooral N, P en K) weer aangevuld moeten worden, waarbij niet zeker is of de oogstopbrengsten van de vervolgteelten aan de verwachtingen zullen voldoen. Een oktoberoogst geeft 40% hogere drogestofopbrengsten en lagere drogestofgehalten (45%) dan een winter-/voorjaarsoogst. Nadelen van dit oogsttijdstip zijn hogere (kunst)mestgiften en een andere bewaarmethode, bijvoorbeeld vooraf drogen of inkuilen. Het toepassen van de oktoberoogst als co-product in een mestvergister ter vervanger van (energie)snijmaïs wordt als voordeel gezien door de erg lage footprint van Miscanthus.

Inhoudsstoffen

Voor de oogstmomenten juli en januari zijn in blad, stengel en rhizomen (bovenste 25 cm van de totale wortel van 1 m) de gehalten aan de suikers arabinose, xylose, mannose, galactose, glucose en rhamnose bepaald en verder de uronzuur, lignine- en asgehalten. Het totaalsuikergehalte was in januari voor blad en stengel ca. 2,5% hoger en voor rhizomen 1,5% hoger dan in juli. De som van de twee belangrijkste suikers – glucose en xylose – in blad, stengel en rhizomen was voor beide oogsttijdstippen gelijk, namelijk: 50%, 60% en 42,5% in de droge stof. Het volume pectine, berekend uit de gehalten rhamnose en uronzuur, is bij oogsten van de bovengrondse massa in januari 227 kg ds/ha/jaar en 136 kg ds/ha/jaar in juli.

Indicatoren goede oogstmoment

De rhizomen geven hogere glucosegehalten in oktober- en januari-oogsten dan in juli-oogsten. Dit duidt op hogere zetmeelgehalten in de rhizomen in oktober en januari, die een goede indicator zijn voor het kunnen oogsten van de bovengrondse massa zonder aanzienlijke opbrengstverliezen voor het daaropvolgende groeiseizoen. Ook het kaliumgehalte in het geoogste product is hiervoor een goede indicator. Het geeft aan in hoeverre mineralen en koolhydraten zijn getransporteerd naar de rhizomen, waarmee ook een garantie wordt gegeven voor een voldoende producerende vervolgteelt. Hoewel deze indicatoren aangeven dat oktoberoogsten zonder nadelige gevolgen voor oogstniveaus in het daaropvolgende groeiseizoen mogelijk zijn, zal verder onderzoek moeten uitwijzen of dit ook geldt op langere termijn.

Oogsten in oktober

Oogsten van Miscanthus in oktober opent perspectieven door 40% hogere drogestofopbrengst dan oogsten in winter of voorjaar. De hogere opbrengst komt ook tot uiting in een hoger aandeel suikers in de herfstoogst vergeleken met de voorjaarsoogst. Wel moet rekening gehouden worden met een andere bewaarmethode. Onderzoek naar miscanthusvariëteiten en bewaarmethode is gewenst met het oog op een kortere teeltperiode, maar ook voor het eerder afrijpen in de herfst, omdat dan doorgaans onder betere klimaat- en bodemomstandigheden kan worden geoogst.