Ook in Nederland vindt ontbossing plaats

Nieuws

Ook in Nederland vindt ontbossing plaats

Gepubliceerd op
20 september 2017

Een recente analyse van het Nederlandse bosareaal op basis van topografische kaarten en luchtfoto’s, die morgen gepubliceerd wordt in het Vakblad Natuur, Bos en Landschap, laat zien dat de oppervlakte bos in Nederland sinds 2013 jaarlijks met 1350 hectare is afgenomen. Per jaar is gemiddeld 3036 hectare bos verdwenen, wat slechts deels gecompenseerd wordt door de jaarlijkse aanplant van 1686 hectare nieuw bos elders.

Waar de opname van het broeikasgas CO2 in bossen wereldwijd een belangrijke rol speelt in het tegengaan van klimaatverandering, draagt ontbossing juist bij aan emissies van dit broeikasgas. Als partij in het VN-klimaatverdrag en het Kyoto Protocol moet Nederland jaarlijks zijn uitstoot en vastlegging van broeikasgassen rapporteren waarmee de voortgang van de afspraken kan worden gevolgd.

Tussen 1990 en 2013 nam het bosareaal in Nederland toe van 362.046 ha tot 375.679 ha. In die periode werd ontbossing op de ene plek nog gecompenseerd door bebossing elders. Na 2013 is de oppervlakte bos afgenomen tot ruim 364 duizend ha in 2017. Er verdween ongeveer 20 duizend ha bos en er werd ongeveer negenduizend hectare nieuw bos elders aangeplant. Dit werd vastgesteld aan de hand van topografische kaarten. Een controle met behulp van luchtfoto’s liet echter zien dat op ruim 12 duizend ha daadwerkelijk omvorming van bos naar ander landgebruik had plaatsgevonden. Het overige oppervlak bestond uit mogelijke kap- en verjongingsvlakten of uit gronden die eerder een andere bestemming hadden. “Alles bij elkaar komen we tot de conclusies dat tussen 2013 en 2017 het Nederlandse bosoppervlakte netto met zo’n 5400 ha is afgenomen, dat is gemiddeld 1350 ha per jaar,” zegt bosbouwkundig onderzoeker Eric Arets van Wageningen Environmental Research (Alterra).

Verschillende verklaringen

Voor de netto afname van het bosoppervlak zijn verschillende verklaringen. Zo wordt er sinds een jaar of tien bos omgevormd om ruimte te bieden aan andere vormen van natuur, zoals heidecorridors en zandverstuivingen. Verder blijken er opvallend veel relatief grote percelen bos in de provincies Drenthe en Groningen te verdwijnen. Dit lijkt een effect van subsidieregelingen uit de jaren ‘80 voor het aanplanten van tijdelijk bos op landbouwpercelen met snelgroeiende soorten om enerzijds te voorzien in de indertijd verwachte tekorten aan hout en anderzijds om grond uit landbouwproductie te nemen en zo overproductie in de landbouw te beperken. Veel van deze tijdelijke bossen hebben het einde van de subsidieperiode bereikt en worden nu geoogst en weer in gebruik genomen als landbouwgrond. Verder is in een land als Nederland omzetting naar bebouwd gebied en infrastructuur een belangrijke ontbossingsfactor. In de regel moeten deze oppervlakten echter wel gecompenseerd worden met de aanleg van nieuw bos elders.

Bij het bepalen van het klimaateffect zijn de bruto ontbossingscijfers van belang. Bij ontbossing komt de koolstof die is opgeslagen in de boombiomassa en het strooisel in één keer vrij en zorgt gemiddeld voor een emissie van 499 ton CO2 per hectare, terwijl na aanplant van nieuw bos de vastlegging zo’n 40 keer langzamer gaat.

Nog weinig aandacht voor klimaatconsequenties

Het onderzoek laat zien dat de dynamiek in het Nederlandse bosareaal hoog is. Waar in het verleden relatief hoge bruto ontbossingscijfers nog werden gecompenseerd door aanplant van nieuw bos elders is tussen 2013 en 2017 meer bos verdwenen dan elders nieuw aangeplant is waardoor het oppervlakte bos in Nederland afgenomen is. Voor de omvorming van bos naar andere natuur verlenen provincies op basis van de nieuwe Wet Natuurbescherming waarschijnlijk grotendeels vrijstelling van de herplantplicht. Deze ontheffing kan worden gegeven in het kader van instandhouding van Natura 2000, maar ook bij een aantal infrastructurele activiteiten. De mogelijke klimaatconsequenties van omvorming van bos lijken daarbij nog weinig aandacht te krijgen. Daarnaast hebben de subsidieregelingen voor de aanplant van tijdelijk bos inderdaad geleid tot een tijdelijke toename in het bosareaal, maar is het aflopen van de regelingen nu ook verantwoordelijk voor een deel van de netto afname.

Eric Arets: “Ons onderzoek laat zien dat ontbossing ook een factor is om vanuit klimaatperspectief rekening mee te houden en dat ontbossing niet iets is dat alleen in tropische landen plaatsvindt. In het Klimaatakkoord van Parijs zijn ambitieuze doelstellingen geformuleerd. Vanuit dat perspectief zijn bijvoorbeeld de doelstellingen voor aanplant van bos zoals die zijn geformuleerd in het Actieplan Bos en Hout onmisbaar. Maar ook het tegengaan van ontbossing zou een belangrijke plaats in moeten nemen in het beleid.”

Klik hier voor het achtergrondverhaal ‘Het Nederlandse bos als bron van CO2’, uit het Vakblad Bos, Natuur en Landschap.