Op weg naar een Circulaire & Biobased Economy

Nieuws

Op weg naar een Circulaire & Biobased Economy

Gepubliceerd op
29 september 2016

NGO's prediken een economie waarin afvalstoffen allemaal worden hergebruikt (circulair), menige wethouder propageert een economie waarin energie duurzaam en lokaal is opgewekt (klimaatneutraal) en onderzoek waarbij wegen voortaan deels uit bioasfalt bestaan of algen groene grondstoffen maken haalt de krant. Wageningen University & Research gaat de populaire begrippen meer vorm en inhoud geven en vooral ook de onderlinge samenhang duiden.

Het kabinet heeft recent het Klimaatverdrag van Parijs geratificeerd en een plan naar de Tweede Kamer gestuurd om in 2050 een circulaire economie te bereiken. De verwachtingen over een circulaire economie zijn hoog gespannen, te hoog misschien. 'Het is een utopie te denken dat we alle grondstoffen terug kunnen winnen en hergebruiken. Er zal altijd verlies zijn', zegt Louise Fresco, bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research. 'Maar feit is dat we onze productie en consumptie zo efficiënt mogelijk moeten inrichten en niet-benutte stoffen zo nuttig en zo effectief mogelijk opnieuw inzetten.'

Het begrip Biobased Economy is een stuk scherper, aldus Fresco. 'Het betekent dat waar mogelijk we gebruik moeten gaan maken van hernieuwbare – biologische – bronnen. Op dat vlak zijn al veel stappen gezet, maar we staan pas aan het begin van deze veelbelovende ontwikkeling. Uit planten, algen, schimmels en bacteriën kunnen heel veel nuttige grondstoffen worden gehaald die als bron kunnen dienen voor medicijnen, kunststoffen en brandstof. We kunnen biochemische conversies toepassen op grondstoffen. We hebben verstand van producten uit biomassa, voor food en voor non-food.'

Centraal in het strategisch plan 2015-2018 van Wageningen University & Research staan vijf onderzoeksthema's, waarin grote wereldvraagstukken met een combinatie van fundamenteel en toegepast onderzoek onder de loep worden genomen. Eén ervan is Resource Use Efficiency, zeg maar de synthese tussen circulaire economie, een meer klimaatneutrale samenleving en Biobased Economy. Dat is de reden waarom Wageningen University & Research vanaf nu spreekt van de combinatie 'Circular & Biobased Economy'.

Typisch Wageningse onderzoeksthema's, vindt Erik van Seventer, business unit manager Wageningen Food & Biobased Research. 'Wij weten al bijna honderd jaar veel van de kringlopen van koolstof en van mineralen als stikstof, fosfaat en kalium. De samenleving heeft de laatste anderhalve eeuw veel koolstof als fossiele brandstof uit de grond gehaald en er de atmosfeer mee gevuld in de vorm van CO2. De mineralen hebben we uit  mijnen gehaald waar het is geconcentreerd en verdund in de oceaan gebracht.'

De zon is de bron

Volgens Van Seventer is de Biobased Economy een integraal onderdeel van de circulaire economie: zoveel mogelijk stoffen zo lang en hoogwaardig mogelijk hergebruiken, en zoveel mogelijk grondstoffen  van plantaardige oorsprong maken. De opgave is nu om die kringlopen kort te sluiten door de mineralen zo veel mogelijk te hergebruiken en de koolstof niet langer uit fossiele maar louter uit hernieuwbare bronnen te betrekken. Voedsel en veevoer, en in toenemende mate chemicaliën en materialen kunnen  op basis van hernieuwbare bronnen worden gemaakt. Of zoals Van Seventer formuleert: 'de nieuwe economie zal zijn gebaseerd op bio-grondstoffen: de zon is de bron.' De plastic verpakkingen van biologische producten zijn vaak al gemaakt van bioplastic. Voor de korte termijn wordt zowel het 'aardolieplastic' als bioplastic in toenemende mate gerecycled en verwerkt tot andere plastic producten. Interessant punt is dat zonne-elektriciteit belangrijk in prijs zal dalen, aldus Van Seventer. 'Dat maakt dat ook de vaak energie slurpende recycling meer als een businessmodel gaat scoren.'

Breed draagvlak

'De begrippen klimaatneutraal, circulair en biobased kunnen op instemming rekenen van brede lagen van de samenleving', constateert socioloog Gert Spaargaren van de Social Sciences Group. 'Zo'n toekomst is sinds het begin van deze eeuw, maar vooral sinds de laatste klimaatconferentie in Parijs haast vanzelfsprekend geworden. En dan niet alleen bij de hippe wethouder in 'klimaatneutraal' Amsterdam, maar ook bij beleidsmakers, bedrijven en consumenten. En ook in China is de circulaire economie leidraad.' Spaargaren tekent daarbij aan dat de begrippen klimaatneutraal en circulair meer 'vanzelf' communiceren dan 'biobased'. 'Biobased is een wat abstract begrip', meent Spaargaren. Hij verwacht echter dat het Wageningse Resource Use Efficiency-programma een bijdrage gaat leveren aan het concreet maken van 'biobased'  door 'icoonprojecten'  waarmee een dialoog met de samenleving kan worden aangegaan. 'Het gaat om interdisciplinaire projecten met naast natuurwetenschap en techniek ook  aandacht voor maatschappelijke aspecten en communicatie met de samenleving', aldus de socioloog. Een voorbeeld hiervan is grondstoffen dichterbij het bedrijf of dichterbij de consument terug te winnen.

Valkuilen

Er zijn wel enkele valkuilen. De eerste generatie biobrandstoffen (gemaakte uit maïs en tarwe op landbouwgrond) verspeelde goodwill omdat deze biobrandstoffen zouden concurreren met voedselproductie, de bekende food-fuel-controverse en ze bleken ook minder duurzaam dan gedacht. Gert Spaargaren waarschuwt dat ook in biobased en circulaire thema's verkeerde inschattingen kunnen worden gemaakt over effectiviteit en duurzaamheid, als er onvoldoende oog is voor de maatschappelijke perceptie van risico's. 'Je kunt organisch afval afbreken door het aan insecten te voeren en op die manier eiwitten winnen. Maar dat kan leiden tot opeenhoping van zware metalen in de eiwitten of tot nog onbekende bacteriële verontreinigingen, nog afgezien van de maatschappelijke weerstand tegen het eten van op zichzelf vrij smakeloze insecten.'

Spaargaren stelt daarom voor een indicator te ontwikkelen die dergelijke risico's of ongewenste neveneffecten van de speurtocht naar recycling en kortere ketens in de voedselsector in kaart brengt, een resource-use assessment indicator noemt hij het. Volgens Spaargaren is het van belang om bij het ontwikkelen van dergelijke tools niet achteraf met de samenleving te communiceren, maar van meet af aan pro-actief de dialoog met stakeholders aan te gaan. 'Wageningen University & Research zal direct de relevante sociale netwerken aanspreken. Niet alleen de maatschappelijke organisaties als Consumentenbond en Milieu Centraal, maar ook de voedingsmiddelenindustrie, Unilever en AH.'           

Systeeminnovatie zonder ongelukken

Louise Fresco is het daarmee eens. 'We moeten rustig en zelfverzekerd doorgaan met het doen van onderzoek, het opleiden van goeie technici en deskundigen en blijven samenwerken met bedrijfsleven, ngo’s en overheden.' De universiteit moet haar ‘landbouwroots’ niet vergeten. 'Het gaat ook om landbouw-technische issues', aldus Fresco. 'Je kunt niet ongestraft alle koolstof voor consumptiedoeleinden benutten. Veel ‘afval’ uit de landbouwproductie moet weer worden ingezet om de bodemstructuur en bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren. Los van de ingewikkelde technologie om al die zinvolle stoffen efficiënt te extraheren, bestaat er dus ook dit verdelingsvraagstuk van het biologisch materiaal.'

Het wordt een zaak van lange adem, denkt Fresco. 'De transitie gaat geleidelijk met tijdelijke setbacks omdat we onverwachte neveneffecten tegenkomen of omdat sociaal-economische ontwikkelingen ons een andere kant op sturen. Soms komen er versnellingen, bijvoorbeeld door de verdere integratie van de online mogelijkheden en communicatie. Dat is allemaal niet precies te voorzien. Het gaat om ingewikkelde samenhangende processen en lange ketens, waarin verschillende sociale en economische belangen een rol spelen. Systeeminnovaties gaan niet van de ene dag op de andere. Dat zou tot ongelukken leiden: de geschiedenisboeken staan daar vol mee.’

Neem contact op met de expert