Opvallende ontdekking: grote bijensoorten worden steeds kleiner

Persbericht

Opvallende ontdekking: grote bijensoorten worden steeds kleiner

Gepubliceerd op
11 februari 2016

Bij hun onderzoek naar de oorzaken van het afnemen van de bijenpopulaties is een internationale groep onderzoekers, waaronder Jeroen Scheper en David Kleijn van Wageningen University, tot een verrassende ontdekking gekomen. De vrouwtjes van grote bijensoorten zoals de aardhommel zijn gedurende de afgelopen eeuw in Nederland significant kleiner geworden. De oorzaak lijkt te zitten in de wijze waarop bijen voor hun nageslacht zorgen.

Al in 2014 publiceerden Jeroen Scheper en David Kleijn met collega’s een onderzoek naar de oorzaak van de achteruitgang van bijenpopulaties aan de hand van bijenverzamelingen in museumcollecties. Aan de hand van achtergebleven stuifmeel op die ‘historische’ bijen konden de onderzoekers bepalen op welke waardplanten zij vlogen. Daaruit bleek dat de populatietrend van de waardplanten voor een belangrijk deel de populatietrend van de bijbehorende bijensoorten bepaalt. De voorkeursplanten van achteruitgaande bijensoorten bleken in de loop der tijden ook achteruit te zijn gegaan, en de voorkeursplanten van vooruitgaande bijensoorten waren juist vooruitgegaan.

Tevens constateerden ze toen dat grotere bijensoorten harder achteruit leken te zijn gegaan dan kleinere soorten. “Wellicht omdat zij meer voedsel nodig hebben en dus afhankelijk zijn van een groter bloemaanbod,” zo stelde Scheper in 2014. Dat zou er bij grote soorten toe kunnen leiden dat het voordeliger is om klein te zijn terwijl dat bij kleine soorten niet het geval is. Dit patroon wordt nu bevestigd in het huidige onderzoek. “Maar,” zegt David Kleijn, “dat geldt merkwaardig genoeg alleen voor de vrouwtjes, niet voor de mannetjes. Grote vrouwtjesbijen zijn in de laatste 130 jaar met ruim 8% in grootte gekrompen. De mannetjes niet.” Scheper en Kleijn vergelijken die waarneming met Nederlandse mannen, die in diezelfde 130 jaar zo’n 10% langer zijn geworden.

Naar de exacte oorzaak van de krimp van de grotere bijen, en de reden waarom dit alleen de vrouwtjes betreft, kunnen de onderzoekers alleen gissen. Maar het grote verschil in krimp tussen de beide sexen van de grote bijensoorten zal zeker verband houden met het voedselaanbod. David Kleijn: “Bekend is dat de vrouwtjes van de diverse bijensoorten de grootste behoefte hebben aan stuifmeel en nectar omdat zij ook de voedselvoorraden voor de bijenlarven aanleggen. Mannen houden zich daarmee niet bezig en hoeven dus alleen zichzelf te onderhouden. De verschillen in krimp lijken dus teruggevoerd te kunnen worden tot verschillen in de wijze waarop vrouwtjes en mannetjes voor hun nageslacht zorgen.”

Deze achteruitgang in grootte kan wel gevolgen hebben voor de bestuiving van onze landbouwgewassen, omdat grotere bijen over het algemeen effectievere bestuivers zijn. Uit eerder onderzoek van David Kleijn en Arjen de Groot bleek dat de bijdrage van wilde bijen aan de productiewaarde van fruit veel groter is dan gedacht. Voor appels en blauwe bessen bedraagt deze bijvoorbeeld jaarlijks duizenden euro’s per hectare. Alleen al voor de Elstar-appel komt dit voor heel Nederland neer op wel 16 tot 20 miljoen euro.

Publicatie

Size and sex-dependent shrinkage of Dutch bees during one-and-a-half centuries of land-use change. Mikail O. Oliveira, Breno M. Freitas, Jeroen Scheper, David Kleijn, PLOS-One.