Nieuws

Praktische test toont bacteriën in uitgangsmateriaal beter aan

Gepubliceerd op
21 mei 2014

De bacterie Erwinia in een goedgekeurde partij pootaardappelen hebben, is vervelend. En dat komt nog al eens voor. Onderzoekers van Wageningen UR ontwikkelden daarom een nieuwe toetsmethodiek, waarmee de kans op een vals-negatieve uitslag bij bacterieziekten beduidend kleiner wordt. De aanpak kan ook gebruikt worden voor het verbeteren van toetsen op bacterieziekten in ander uitgangsmateriaal, zoals zaaizaad.

Diagnostiek bacterieziekten onder de maat

In de pootgoedwereld is behoefte aan een nieuwe methode die met grotere zekerheid de aanwezigheid van Erwinia’s (Pectobacterium en Dickeya) aantoont. “De huidige methode toont Erwinia alleen aan als de ziektedruk hoog is. Als er weinig Erwinia in het pootgoed zit, is de pakkans erg klein”, legt Sjefke Allefs uit, directeur kweek- en research van Agrico Research.

Voor handelshuizen, telers, en keuringsdiensten is dat ongewenst: uitgangsmateriaal dat ziekteverwekker-vrij verklaard is, moet dat ook echt zijn. Blijkt in het groeiseizoen dat er toch bacteriën in de planten zaten, dan kan dat leiden tot schade als gevolg van verminderde opbrengst en kwaliteit. Ook schaadt dat het imago van teler en handelshuis en kan het leiden tot schadeclaims.

Betrouwbare detectietoets Erwinia

Onderzoekers van Wageningen UR ontwikkelden binnen het Deltaplan Erwinia samen met onderzoekers uit de sector met succes een nieuwe toets. Het grootste verschil met de oude methode is de manier waarop het steekproefmonster wordt genomen. Waar de oude methode een monster neemt uit de hele partij aardappelen, gebruikt de nieuwe alleen uitschotknollen, knollen met een afwijking die door telers uitgeselecteerd zijn op de sorteerband. Hierin blijkt namelijk vaker Erwinia voor te komen dan in de totale partij. Bovendien gebruikt de toets de hele knol in plaats van alleen een kapje van het naveleind.

Flink hogere trefkans bacterieziekten

De hele uitschotknollen worden in plastic zakken zeven dagen lang onder vacuüm bewaard, zodat eventueel aanwezige Erwinia optimaal de kans heeft om uit te groeien, wat ook gebeurt. Op deze manier worden tien maal meer besmettingen gevonden dan bij het toetsen het naveleinde van een regulier monster. De trefkans om Erwinia te vinden, wordt dus flink verhoogd.

De nieuwe test is vooral bruikbaar voor handelshuizen. Zij kunnen hiermee de teler meer zekerheid geven dat er geen Erwinia in het pootgoed zit. De NAK kan er minder goed mee uit de voeten, omdat die de aardappelknollen ook gebruikt voor het aantonen van andere ziekteverwekkers.

Detectie van Xanthomonas of Clavibacter

De gevolgde methodiek kan mogelijk ook gebruikt worden voor ziekteverwekkende bacteriën in andere gewassen. Op dit moment richten de onderzoekers van Wageningen UR zich op detectie van Xanthomonas in zaad van kool en Clavibacter in tomatenzaad. De focus ligt daarbij op het vermeerderen van de bacteriën in de zaden om zo de detectiekans te verhogen.

Meer weten over detectiemogelijkheden van Erwinia en andere ziekteverwekkende bacteriën in uitgangsmateriaal? Neem contact op met Jan van der Wolf.