proefvelden met meststoffen uit de vergister

Nieuws

Proefvelden met meststoffen uit vergisters

Gepubliceerd op
16 februari 2015

Verhogen van de voerproductie door het verbeteren van de mineralenefficiëntie het uitgangspunt binnen een optimale bedrijfsvoering. Microvergisting kan daar volgens Zwier van der Vegte, bedrijfsleider bij KTC de Marke een bijdrage aan leveren. Het praktijknetwerk ‘Microvergisting in de praktijk’ gaat hier het komende jaar mee aan de slag door het aanleggen van proefvelden met verschillende (on)behandelde meststoffen uit de vergisters.

Deelnemers van het praktijknetwerk hebben afgelopen week op  KTC De Marke in Hengelo (Gld.) de invulling van de proefvelden besproken. Vooraf vertelde Zwier van der Vegte, bedrijfsleider  van KTC de Marke over de noodzaak van het optimaal benutten van de mineralen op bedrijfsniveau. "Het gemiddelde Nederlandse  melkveebedrijf realiseert een mestbenutting tussen de 60 en 65 procent. Op de Marke ligt dat wat hoger: rond 75 procent. Als we dit  percentage met tien procent kunnen verhogen leidt dit tot hogere gewasopbrengsten, meer melk per hectare met minder mestafvoer, beter economisch rendement en een verantwoorde productie’’, legt Van der Vegte uit.

Maximale benutting van mest interessant

Het benutten van dierlijke mest blijft een belangrijk thema op alle veebedrijven. De belangrijkste uitgangspunten zijn onder andere voldoende mestopslag (9 maand), juiste tijdstip van aanwenden tussen 1 maart en 1 augustus, analyseren van mest en bodem, juiste bemestingsstrategie toepassen juiste methode van aanwenden en netjes werken. 

Het scheiden van mest of het toepassen van mestraffinage kan in de toekomst mogelijk zorgen voor een extra benutting van de dierlijke mest. "Het vergisten van mest en  vervolgens het toepassen van mestraffinage kan leiden tot een beter bemestingsproduct, waardoor het gemiddelde mestbenuttingspercentage op de bedrijven stijgt’’, licht Van der Vegte toe.

Ammoniakemissies beperken

Bij het optimaal benutten van de meststoffen hebben veehouders ook te maken met de uitstoot van ammoniak.  Er zijn een aantal maatregelen die effect opleveren en een reductie realiseren tussen de 10 en maximaal  50 procent. Het betreft hier maatregelen zoals een emissiearme stal, mest aanzuren in de stal, mest verdunnen of een luchtwasser. Daarnaast zijn er ook maatregelen te nemen gericht  op de bemesting, zoals het verdunnen of aanzuren van mest bij aanwending. Een onderdeel van het praktijknetwerk is ook het  verminderen van de uitstoot van ammoniak. In de hieronder voorgestelde bemestingsproeven met digestaat zullen de maatregelen rondom verdunnen en aanzuren van mest meegenomen worden.

Proefvelden op Marke en Den Eelder

Het netwerk gaat op twee grondsoorten in Nederland  proefvelden aanleggen: op zand- en kleigrond. Er is in eerste instantie gekozen voor twee producten uit twee verschillende vergisters, respectievelijk de Microferm en de Fermtech. Het is nog mogelijk dat er andere leveranciers aansluiten. Het proefveld ziet er als volgt uit:

  •  Ingaande drijfmest
  •  Uitgaande mest (digestaat)
  •  Behandelde digestaat door middel van verdunnen met water
  •  Behandelde digestaat door middel van aanzuren met zwavelzuur

In het tweede jaar zal de proef worden uitgebreid met digestaat van dikke fractie, die afkomstig is van een vloer, waar de mest direct gescheiden wordt in dikke en dunne fractie. De proefvelden worden aangelegd op KTC De Marke op  droge zandgrond en op het bedrijf van de familie van der Schans in Well (Gld.). Dit bedrijf beschikt over kleigronden. Het proefveld zal onder andere beschikken over 0-veldjes (onbemest) en  veldjes met kunstmest. Per locatie zal de proef drie herhalingen hebben. Op deze manier voldoet de proef aan de wetenschappelijke kwaliteit. De komende tijd zullen de vorderingen en de werkzaamheden rondom de proeven op de website te volgen zijn.