Handvaten ter verbetering van de graslandproductie

Nieuws

Reductiemaatregelen gasvormige emissies op melkveebedrijven

Gepubliceerd op
18 juli 2016

Sinds 2010 werkende deelnemers van het project Koeien & Kansen met hun adviseurs aan het terugdringen van emissies van broeikasgassen en ammoniak. Deze voorlopers probeerden de uitstoot van broeikasgassen te reduceren met dertig procent ten opzichte van de referentie. Voor ammoniak werd gestreefd naar een reductie van 10 procent. Beide doelen zijn gelukt binnen een tijdsbestek van drie jaar, maar het vergt wel veel managementkwaliteiten van de ondernemers zelf.

In het rapport: Inpassen van maatregelen ter reductie van gasvormige emissies in bedrijfsvoering van melkveebedrijven, zijn de resultaten gepresenteerd. Hierin zijn de bevindingen van bedrijven over de jaren 2010 tot en met 2013 terug te vinden. In 2010 zijn de melkveehouders van de Koeien & Kansen bedrijven aan de slag gegaan met een Deze nieuwe projectuitdaging: ‘gasvormige emissies’. Zij hebben een voorbeeldrol. Zij werken aan optimaliseren van de stikstof- en fosfaatkringloop op hun bedrijf en verliezen de economische duurzaamheid daarbij niet uit het oog. En zij hebben dit aangevuld met doelstellingen op het gebied van broeikasgasemissies en ammoniak. Voor de broeikasgassen werd gestreefd naar een emissiereductie van 30% in 2013 voor methaan (CH4) en lachgas (N2O) samen ten opzichte van het landelijk gemiddelde in referentiejaar 1990. Voor ammoniak (NH3) werd gestreefd naar een verdere reductie van 10 procent ten opzichte van de al scherpe individuele bedrijfssituatie in 2009.

Reductie uitstoot broeikasgassen

In 2009 bleek de autonoom behaalde broeikasgasreductie op de Koeien & Kansen-bedrijven al gereduceerd te zijn met 29 procent. Deze was in 2013 opgelopen naar een reductie van 31 procent. Hiermee was het projectdoel behaald.  Eisen op het gebied van economische duurzaamheid en ammoniakemissie bleken de mogelijkheden voor het verder verminderen van de broeikasgasemissie te beperken. Desondanks is een verbetering in de broeikasgasreductie behaald door een verdere reductie van zowel methaan als lachgas. De emissiereductie van lachgas bedroeg in 2009 al 56 procent. Deze reductie was in 2013 al verder verbeterd naar 62%. Dit kwam deels door een gestegen productie-intensiteit. De deelnemers zijn gemiddeld meer kilogrammen meetmelk per hectare gaan produceren. De behaalde reductie op het gebied van methaan (CH4) is minder groot geweest. In 2009 was de autonome reductie 12 procent en dit bleef in de jaren 2010-2013 schommelen rondom een reductiepercentage van 13 procent.  

Uitstoot ammoniak reduceren

Naast emissiereductie voor broeikasgassen is ook gestreefd naar een verdere vermindering van de emissie van ammoniak (NH3) naar gemiddeld 3,2 kg NH3 per ton meetmelk. Dit betekent gemiddeld een reductie van 10 procent ten opzichte van 2009. De deelnemers lieten in 2013 zien dat dit scherpe projectdoel haalbaar bleek te zijn in de praktijk, zelfs in combinatie met het verlagen van de lachgas-( N2O) emissie. De daling in ammoniak (NH3) emissie op de Koeien &  Kansen bedrijven was volledig toe te schrijven aan de resultaten op de zand- en veenbedrijven. De uitstoot van ammoniak op de kleibedrijven is gemiddeld gelijk gebleven.  

Uitstoot zeer afhankelijk van het bedrijf

Bedrijfsspecifieke omstandigheden zoals het weer en de kwaliteit van de ruwvoeroogst beïnvloeden het effect van de toegepaste maatregelen. Dit leidt  tot schommelingen in de emissies over de verschillende jaren. Desondanks moet het ook voor de gemiddelde Nederlandse melkveehouder mogelijk zijn een reductie van ongeveer 25 procent van de broeikasgasemissie (ten opzichte van 1990) te behalen, als gekeken wordt naar de kosteneffectieve reductie op de Koeien & Kansen-bedrijven. Een verdere emissiereductie van de broeikasgasemissie gaat meer moeite en geld kosten. Als 50% van de Nederlandse melkveehouders er in slaagt om, naast 25% reductie in broeikasgassen, een aan K&K vergelijkbare daling van de NH3 emissie te bereiken in 2020, zal de emissie uit de melkveehouderij dan ca. 3,6 kg NH3 per 1000 kg meetmelk bedragen. Het vergt echter veel van de managementkwaliteiten van de melkveehouder om jaarrond aan zowel economische, maatschappelijke als milieutechnische doelen te werken binnen een complex bedrijfssysteem.