Duinen

Nieuws

Referentiewaarden voor oppervlakte en verspreidingsgebied van Natura 2000-habitattypen in Nederland vastgesteld

Gepubliceerd op
15 oktober 2015

Onderzoekers van Alterra Wageningen UR hebben een overzicht gemaakt van referentiewaarden van oppervlakte en verspreidingsgebied voor alle 52 habitattypen in Nederland. Het ministerie van Economische Zaken heeft deze informatie nodig om te beoordelen en rapporteren in hoeverre de doelstellingen van Natura 2000 worden gehaald.

Gunstige referentiewaarden

Gunstige referentiewaarden voor oppervlakte en verspreidingsgebied gelden als drempel voor een gunstige staat van instandhouding van habitattypen en worden gebruikt bij de zesjaarlijke rapportage voor de Habitatrichtlijn. De staat van instandhouding is ongunstig als de oppervlakte en/of het verspreidingsgebied kleiner is dan de referentiewaarde. Elke lidstaat moet deze waarden zelf bepalen. De in Nederland gebruikt methode is nu gedocumenteerd en toegepast.

Oppervlakte en Verspreidingsgebied

Voor de oppervlakte van habitattypen zijn referentiewaarden gebaseerd op trend in oppervlakte, de toestand van structuur en functie en de Rode-Lijststatus van typische soorten. Om de trend in oppervlakte te beoordelen, zijn schattingen gemaakt van historische oppervlakten van habitattypen rond 1950 voor heide-, stuifzand-, hoogveen- en graslandtypen. Voor het verspreidingsgebied zijn trend en eventueel herstel van de historisch aanwezige geografische diversiteit en verbindingen belangrijk. Het overzicht laat zien dat bijna 25% van de habitattypen meer verspreidingsgebied nodig heeft voor een gunstige staat van instandhouding. Verder heeft ruim 20% van de habitattypen zowel meer oppervlakte als verspreidingsgebied nodig. Hierbij gaat het onder andere om de habitattypen Beken en rivieren met waterplanten, Stroomdalgraslanden, en Actieve hoogvenen. In het rapport geven de onderzoekers ook aan hoe de gunstige referentiewaarden behouden of bereikt kunnen worden en wat de mogelijke invloed van klimaatverandering is.