Regenwormen komen tot voortplanting op nagemaakte Marsbodem

Nieuws

Regenwormen komen tot voortplanting op nagemaakte Marsbodem

Gepubliceerd op
27 november 2017

Twee jonge wormen zijn de eerste borelingen in Marsbodemexperimenten aan Wageningen University & Research. Onderzoeker Wieger Wamelink trof ze aan in de grondsoort afkomstig van NASA. Deze bodem is ongeveer gelijk aan de bodem op de planeet Mars. De experimenten zijn cruciaal om te onderzoeken of mensen zich in leven kunnen houden op de rode planeet door hun voedsel te verbouwen op Marsgrond.

Om astronauten op Mars te kunnen voeden is een duurzaam gesloten agrarisch systeem nodig. Wormen spelen daarin een cruciale rol, zij breken dood plantmateriaal af. Ook de poep en plas van de mensen moet terug de Marsbodem in. Varkensmest is voorlopig een goede vervanger van menselijke uitwerpselen. In het groeiexperiment met rucola en varkensmest werden voor het eerst wormen ingezet om de bodem luchtig en vruchtbaar te maken. ‘Ook zonder te meten is duidelijk dat mest de groei stimuleert en dat de wormen hun werk doen’, zegt Wieger Wamelink van Wageningen University & Research.

Experiment waarbij verschillende planten zijn gaan bloeien, vooral op Marsbodem simulant. De potten staan in het water om de bodem met de wormen koel te houden. Zij houden van 15 graden terwijl de planten liever 20 graden hebben. (Bron: Wieger Wamelink)
Experiment waarbij verschillende planten zijn gaan bloeien, vooral op Marsbodem simulant. De potten staan in het water om de bodem met de wormen koel te houden. Zij houden van 15 graden terwijl de planten liever 20 graden hebben. (Bron: Wieger Wamelink)

‘Dat toevoegen van mest helpt is natuurlijk niet onverwacht’, aldus Wamelink, ‘maar dat het beter werkt op Marsbodem simulant dan op onze aardse controle is verrassend’. Die aardse controle was schoon zilverzand, zandbakzand. Aan beide bodems hebben onderzoekers organisch materiaal, dode planten uit het vorige experiment, toegevoegd. Aan een deel van de potten is vervolgens varkensmest toegevoegd. Na de kieming van de rucola werden de wormen toegevoegd. (Op de foto bovenaan is zichtbaar wat voor het effect van de verschillende behandelingen op de groei van de rucola.)

Wormen op Mars

Wormen zijn uitermate belangrijk voor een gezond bodemleven, niet alleen op aarde maar ook in de toekomstige moestuintjes op Mars of op de maan. Ze leven van dood organisch materiaal, dode plantenresten, die ze in de bodem onderwerken en daar opeten.

Hun ‘poep’ bevat nog steeds organisch materiaal dat door bacteriën verder kan worden afgebroken. Hierdoor komen meststoffen als stikstof, fosfor en kalium weer vrij en kunnen planten die meststoffen hergebruiken voor de groei. Daarnaast zorgen de wormen voor een goede beluchting van de bodem doordat ze gangen graven. Ook zorgen de gangen voor drainage op kleine schaal. In eerdere experimenten op de Mars- en Maanbodemsimulanten bleek dit al belangrijk.

Een van de bottlenecks is het water geven en het goed nat maar niet te nat houden van de bodem. Wamelink: ‘Door de inzet van wormen kunnen we deze problemen oplossen’.

Voedsel op Mars en de maan

Om mensen die in de toekomst (semi) permanent op Mars en de maan zullen wonen te voeden met verse groenten, wordt binnen het project Food for Mars and Moon onderzocht of de Mars- en maanbodem hiervoor geschikt zijn. Er wordt gebruikgemaakt van door NASA geleverde Mars- en Maanbodemsimulanten die respectievelijk van een vulkaan van Hawaï en uit een woestijn bij Arizona komen.

De experimenten zijn in 2013 begonnen en inmiddels kunnen meer dan tien verschillende groenten gekweekt worden op beide bodems, waaronder aardappels, rogge, bonen, erwten, wortels, rucola, tuinkers en lupine. De enige groente die tot nu toe hardnekkig weerstand biedt is spinazie.

Na onderzoek op zware metalen, die in vrij grote hoeveelheden in de bodems zitten, bleek het veilig om de groenten te eten. Dat maakte de weg vrij om de groenten ook te proeven. In 2016 werden daarom twee diners georganiseerd voor mensen die via een crowdfundingcampagne hadden bijgedragen aan het onderzoek.