Replicatie-cyclus Rift Valley fever virus in kaart gebracht

Nieuws

Replicatie-cyclus Rift Valley fever virus in kaart gebracht

Gepubliceerd op
24 augustus 2016

Door gebruik te maken van een state-of-the-art visualisatie methode (RNA fluorescence in situ hybridization [RNA-FISH]) zijn CVI-onderzoekers Paul Wichgers Schreur en Jeroen Kortekaas er in geslaagd om een aantal belangrijke stappen van de replicatie-cyclus van het Rift Valley fever virus (RVFV) in kaart te brengen. De ontdekking levert belangrijke kennis op voor een effectieve bestrijding van Rift Valley Fever.

RVFV is een mug-overdraagbaar virus dat ernstige ziekte in landbouwhuisdieren en de mens kan veroorzaken. Het virus circuleert momenteel op het Afrikaanse continent maar vormt tevens een risico voor andere continenten inclusief Europa. RVFV behoort tot de Bunyavirus familie en bevat een gesegmenteerd RNA genoom. De drie segmenten genaamd S, M en L dienen tijdens de virus assemblage in één virusdeeltje terecht te komen om verdere verspreiding van het virus mogelijk te maken. Tot voor kort werd aangenomen dat het inpakken van het RVFV genoom een selectief proces is waarbij nagenoeg alle virusdeeltjes één S, één M en één L segment bevatten.

De resultaten van Paul Wichgers Schreur en Jeroen Kortekaas laten nu echter zien dat het merendeel van de virusdeeltjes één segment of meerdere segmenten mist. Daarnaast is er bewijs geleverd dat bepaalde deeltjes meer dan drie segmentjes bevatten. Het inpakken van het RVFV genoom blijkt dus een willekeurig (stochastisch) i.p.v. selectief proces. Waarom het virus dit mechanisme hanteert valt volgens Paul mogelijk te verklaren uit het feit dat er tijdens de relatief korte maar heftige infectie miljarden nieuwe virus deeltjes gemaakt worden. Dat een significant gedeelte van deze miljarden deeltjes niet alle genoomsegmentjes bevat is dus wellicht niet nadelig voor verdere spreiding van het virus. Daarnaast vergemakkelijkt het niet-selectief inpakken van genoomsegmentjes het uitwisselen van genoomsegmenten met gerelateerde virussen.

“Deze nieuwe inzichten bieden ons mogelijkheden om betere vaccins en nieuwe antivirale therapieën te ontwikkelen” aldus Jeroen.

Bovenstaande resultaten zijn onlangs gepubliceerd in PloS Pathogens.