Resultaten drie jaar onderzoek ruitzaai en drijfmestrijenbemesting snijmaïs

Nieuws

Resultaten drie jaar onderzoek ruitzaai en drijfmestrijenbemesting snijmaïs

Gepubliceerd op
26 april 2019

Voor een duurzame maisteelt op zandgrond is het belangrijk dat het gewas de beschikbare stikstof in de bodem zoveel mogelijk opneemt. Dit is niet alleen goed voor de portemonnee van de teler, maar het draagt ook bij aan minder uitspoeling naar het grondwater. De praktijk zoekt dus constant naar teeltmethoden die de benutting van mest verbeteren. Lees hier de resultaten van drie jaar onderzoek ruitzaai en drijfmestrijenbemesting bij snijmaïs.

Binnen de PPS Ruwvoer en Bodem is in 2016 meerjarig onderzoek gestart naar betere stikstofbenutting door een regelmatige plantverdeling in de vorm van ruitzaai bij maïs. Deze zaaimethode is vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm en met drijfmestinjectie in de rij. In vergelijking met standaardzaai lieten ruitzaai en drijfmestinjectie in de rij twee van de drie jaren gelijke opbrengsten zien. Daarnaast liet ruitzaai in één jaar (2018) iets hoger opbrengsten zien, terwijl drijfmest in de rij één jaar (2016) lagere opbrengsten gaf.

Zaaien in ruitverband

Binnen de PPS Ruwvoer en Bodem is in 2016 op proefbedrijf Vredepeel onderzoek gestart naar het effect van de van de zogenaamde ruitzaaimethode. Bij deze methode worden de maïszaden in ruitverband gezaaid bij een rijafstand van 37,5 cm, zodat de afstand tussen de maïsplanten in alle richtingen praktisch gelijk is. Deze methode is vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm in combinatie met bouwlandinjectie en met drijfmestinjectie in de rij. Alle drie teeltmethoden werden vergeleken bij twee typen rassen (steile en brede bladstand), twee plantdichtheden (80.000 en 110.000 planten per ha) en twee stikstofbemestingsniveaus (155 en 100 kg werkzame N per ha). In alle drie jaren werden de verschillende behandelingen steeds op dezelfde locatie aangelegd.

Resultaten na drie jaar

Ruitzaai had in 2016 en 2017 een gelijke drogestofopbrengst als standaardzaai en in 2018 een hogere drogestofopbrengst van 0,9 ton per ha (zie figuur 1). De drogestofopbrengst van het systeem met drijfmest in de rij was in 2016 ruim een ton per ha lager dan van standaardzaai, terwijl in 2017 en 2018 de drogestofopbrengst gelijk was.

De N-opname van de verschillende systemen vertoonde praktisch hetzelfde beeld als de drogestofopbrengst. De N-opname van het systeem met drijfmest in de rij in was 2016 ca. 20 kg per ha lager dan van de beide andere systemen. De lagere opbrengst en N-opname in 2016 van het systeem met drijfmest in de rij werd vooral veroorzaakt door het rastype met de brede bladstand. Mogelijk heeft verdichting van de bodem hierbij een rol gespeeld en had het rastype met de brede bladstand daar meer last van dan het rastype met de steile bladstand. Als gevolg van een iets lager N-gehalte, was de N-opname van ruitzaai in 2018 in tegenstelling tot de drogestofopbrengst niet significant hoger.

Vervolg

In een andere proef binnen de PPS Ruwvoer en Bodem in 2016 op proefbedrijf Kooijenburg te Marwijksoord werd de ruitzaaimethode vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm bij acht verschillende rastypen. Hier gaf ruitzaai 1 ton hogere drogestofopbrengst te zien dan zaai met een rijafstand van 75 cm.


Het onderzoek naar de verschillende teeltsystemen op proefbedrijf Vredepeel wordt in 2019 nog een keer uitgevoerd en daarna afgesloten met een rapportage met de resultaten van vier jaar.

Drogestofopname_PSG_2019.png

Figuur 1: Drogestofopbrengst van de drie teeltsystemen

N_opname_PSG_2019.png

Figuur 2: N-opname van de drie teeltsystemen