Nieuws

Resultaten onderzoek naar verminderen Streptococcus suis problematiek

Gepubliceerd op
15 mei 2014

In opdracht van het Productschap Vee en Vlees en het ministerie van Economische Zaken zijn in 2013 drie proeven uitgevoerd ter vermindering van de Streptococcus suis (S. suis) problematiek op varkensbedrijven. Uit het eerste onderzoek bleek dat er geen duidelijk effect is van geboortegewicht en van voeropname vóór spenen op het aantal biggen met klinische verschijnselen van een S. suis infectie. Uit het tweede onderzoek bleek dat de voeradditieven kaneel, laurinezuur en glycerol monolauraat in in vitro onderzoek een bacteriedodende werking hebben tegen verschillende S.suis serotype 2 en 9 stammen. Uit het derde onderzoek bleek dat er nog geen bruikbare PCR test is die uitsluitend klinische (ziekmakende) S. suis serotype 9 stammen kan detecteren.

Een groot deel van het antibioticumgebruik bij gespeende biggen is bestemd voor de bestrijding van Streptococcus suis (S. suis). In 2013 zijn drie proeven uitgevoerd ter vermindering van de S. suis problematiek op bedrijven en daarmee vermindering van het antibioticumgebruik.

Proef 1: Effect geboortegewicht en voeropname vóór spenen

Op VIC Sterksel is onderzocht wat het effect is van geboortegewicht (hoog versus laag geboortegewicht) en voeropname vóór spenen (eter versus niet eter vóór spenen) op het aantal biggen met klinische verschijnselen van een S. suis infectie. Hieruit bleek dat er geen effect is van geboortegewicht en van voeropname vóór spenen op het aantal biggen met klinische verschijnselen van een S. suis infectie. De infectiedruk (aantal S. suis bacteriën op tonsil en in de faeces) verschilde niet tussen biggen met een hoog of laag geboortegewicht en tussen eters en niet eters.

Proef 2: Bacteriedodende werking voeradditieven

De bacteriedodende werking van kaneel, laurinezuur en glycerol monolauraat tegen verschillende S. suis stammen van serotype 2 en 9 is getest in in vitro onderzoek (onderzoek in een reageerbuis op het laboratorium). Het bleek dat alle drie de voeradditieven een bacteriedodende werking hebben tegen deze verschillende serotypen. De bacteriedodende werking van laurinezuur en glycerol monolauraat was sterker als beide stoffen gecombineerd werden.

Proef 3: Virulentie S. suis serotype 9

Dit onderzoek bestond uit 2 fasen. In fase 1 is aangetoond dat er klinische (ziekmakend; afkomstig uit hersenen) en niet klinische (niet ziekmakend; afkomstig van tonsillen) S. suis serotype 9 stammen zijn. In fase 2 is een PCR test ontwikkeld en geëvalueerd die klinische en niet klinische S. suis serotype 9 stammen van elkaar kan onderscheiden. Hieruit bleek dat de ontwikkelde PCR test wel een onderscheid kan maken tussen klinische (afkomstig van hersenen) en niet klinische (afkomstig van tonsil) S. suis serotype 9 stammen. De test geeft echter ook een reactie met andere S. suis serotypen en enkele andere Streptococcen die in de tonsil voor kunnen komen. Hierdoor is de test niet bruikbaar voor de detectie van uitsluitend klinische S. suis serotype 9 stammen in tonsilmonsters.