Robuuste en biodiverse snijmaisteelt

Nieuws

Robuuste en biodiverse snijmaisteelt

Gepubliceerd op
27 juni 2019

Snijmais speelt een prominente rol in het Nederlandse landschap, op ruim 200.000 hectare wordt het gewas geteeld. De agrarische sector werkt hard aan de verduurzaming van de teelt om een antwoord te bieden aan de huidige uitdagingen in de snijmaisteelt: het op peil houden van het organische-stofgehalte, het tegengaan van ondergrondverdichting en nutriëntuitspoeling. Oplossingsrichtingen voor deze uitdagingen worden in diverse nationale en regionale onderzoeksprojecten beproefd. Er wordt gewerkt aan (mechanische) onkruidbestrijding, onder- en nazaai, niet-kerende grondbewerking, het telen van snijmais met behulp van een strokenfrees en vroege en ultravroege rassen.

Sinds vorig jaar is een nieuw element toegevoegd aan de mogelijke zoekrichtingen ter verduurzaming van de maisteelt: gewasdiversiteit. Gewasdiversiteit in de snijmaisteelt kan verschillende vormen aannemen, waaronder het telen van mais in rotatie, het telen van een wintergewas na maisteelt, strokenteelt, rijenteelt of mengteelt. Het toepassen van vruchtwisseling en het telen van een wintergewas is al een vaak toegepaste maatregel. Stroken-, rijen- en mengteelt daarentegen zijn relatief nieuwe en onbekende vormen van mais en diversiteit. Er kan worden gedacht aan het mengen van mais met bonen, erwten, zonnebloemen en sorghum. In de periode 2008-2011 zijn er al diverse proeven mee gedaan. Recent is de maatschappelijke discussie over de afname van insecten opgelaaid. Daarnaast is de interesse voor eiwitteelt van eigen bodem sterk toegenomen. De verschillende partijen die participeren in het onderzoek naar gewasdiversiteit, beschouwen het als potentievolle zoekrichting om te komen tot een duurzame en biodiverse snijmaisteelt. Zo levert de mengteelt van mais met een vlinderbloemig gewas als bonen en erwten voedsel voor bestuivers en andere vliegende insecten en een potentiele bijdrage in de stikstofvoorziening voor het maisgewas.

Diverse vormen van gewasdiversiteit in de snijmaisteelt

Mais

In 2018 is er op verschillende locaties gewerkt aan de diverse vormen van gewasdiversiteit in de snijmaisteelt. In Giekerk (Fr.) is een demonstratieplot ingezaaid van ultravroege mais met partnergewassen als stokslaboon, lupine, sojaveldboon en erwt bij biologische melkveehouder Kooij. Op de WUR Proefboerderij in Marwijksoord (Dr.) was de pilot 'Chemievrije maisteelt' aangelegd door Nordic Maize breeding. Hierin werden zowel partnergewassen in de rij met mais als gewassen tussen de rijen beproefd. Tussen de rijen werden diverse onkruid onderdrukkende gewassen getest. De komende jaren gaan elementen uit de pilot, ook in samenwerking met het Louis Bolk Instituut, verder onderzocht worden. Wageningen University & Research werkt in het kader van twee EU projecten (DiverIMPACTS en DRIVEFARMING) aan gewasdiversiteit in de snijmais. In Lelystad (Fl.) ligt sinds 2009 een snijmaisproef, waar zowel een rotatie van mais en gras, als de teelt van wintergewassen wordt onderzocht. Sinds 2018 is in de proef een object aangelegd met een mengteelt van sorghum en mais, in 2019 zullen de mengteeltobjecten worden uitgebreid. Daarnaast lag er een onderzoek en demonstratieplot in Hornhuizen bij de Groningse boer Ben van Tilburg waarin op praktijkschaal de mengteelt van mais en stokslaboon werd beproefd, waarin werd gekeken naar effecten op bodemgezondheid, opbrengst en voederkwaliteit.

Na een uitzonderlijk droog 2018 is het te vroeg om concrete data te kunnen melden van de proeven en demo's. De proeven en demo's bieden voldoende potentie om de komende jaren verder met gewasdiversiteit in de snijmaisteelt aan de slag te gaan. Vooral het onkruidonderdrukkend potentieel van maismengteelt met bonen is als zeer gunstig uit de bus gekomen: "Na het voorlangs weghakselen van de kopakker kwam de grond zwart weg onder het stokslabonenplotje", aldus Laurens van Run, kijkende naar de demonstratieplot in Giekerk.

In 2019 zullen de proeven en demo's dan ook worden herhaald en uitgebreid.