Nieuws

Landbouw in de ruimte

Gepubliceerd op
5 juni 2015

Om verder door de ruimte te kunnen reizen, moeten astronauten hun eigen voedsel gaan verbouwen. Een onderwerp waar Wageningen UR op verschillende manieren mee bezig is. Dit jaar zijn al meerdere projecten gestart en de leerstoelgroep Tuinbouw en Productfysiologie speelt hierin een belangrijke rol.

Landbouw op andere planeten is een enorme uitdaging. Neem Mars. De planeet wordt continu gebombardeerd met schadelijke straling, de atmosfeer is extreem ijl en het is er bar koud. De temperatuur varieert tussen min 143 en plus 35 graden Celsius. Het verbouwen van gewassen moet dus vrijwel zeker in een afgesloten omgeving plaatsvinden, zegt Leo Marcelis, hoogleraar Tuinbouw en productfysiologie. Zo’n gecontroleerde omgeving maakt straling, temperatuur en gebrek aan atmosfeer een minder groot probleem. Bovendien stelt het de kolonisten in staat allerlei technieken te gebruiken die zijn ontwikkeld voor de aardse glastuinbouw, zoals bijvoorbeeld de efficiëntste LED-belichting.

Marcelis doet, in een Europees samenwerkingsverband, onderzoek naar de effecten van verminderde zwaartekracht. Op Mars is de sterkte van deze kracht slechts een derde zo groot als op aarde en dat verschil beïnvloedt planten op allerlei manieren. Wetenschappelijk onderzoek in de ruimte heeft al laten zien dat planten niet alleen zwaartekracht nodig hebben om de goede richting uit te groeien. De stengels groeien naar het licht en de wortels richting water en nutriënten. Als zowel de zwaartekracht afwezig is en het licht geen eenduidige richting heeft, groeien planten alle kanten op.

Naast de groeirichting treden in de plant allerlei andere veranderingen op. Zo wil Marcelis begrijpen hoe de stroom van voedingsstoffen en water die door planten heen loopt, verandert. Voorlopig onderzoekt hij dit alleen op aarde. Samen met zijn postdoc Sander van Delden gaat hij in een 'centrifuge' planten verbouwen. Door de draaisnelheid aan te passen wordt op de plant een even grote kracht uitgeoefend als bijvoorbeeld de Martiaanse zwaartekracht. Natuurlijk verdwijnt de aardse zwaartekracht daarmee niet, en daarom willen ze uiteindelijk proeven in de ruimte gaan doen. ‘Je krijgt echter pas toestemming voor onderzoek in het ISS’, zegt Marcelis, ‘wanneer dit zo goed is voorbereid dat de kans op succes bijna 100 procent is.’ Komende tijd zullen ze hun groeisysteem eerst verbeteren, om bijvoorbeeld nauwkeuriger te kunnen  meten.

(bron: Wageningen-UR Resource magazine nr. 19 - 4 juni 2015)

Zie ook het volledige artikel op de Resource website of download het in PDF.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het door de EU gefinancierde TIME SCALE project.