SCOPE-rapport over relatie bio-energie en duurzaamheid

Nieuws

SCOPE-rapport over relatie bio-energie en duurzaamheid

Gepubliceerd op
11 mei 2015

Kan bio-energie een betekenisvolle bijdrage leveren aan de toekomstige energiebehoefte in de wereld en tegelijkertijd tot positieve effecten leiden op het gebied van milieu en sociale ontwikkeling? In het SCOPE-onderzoek gingen 137 onderzoekers uit 24 landen op zoek naar het antwoord op deze vraag. Aan het onlangs gepresenteerde eindrapport leverde LEI Wageningen UR een belangrijke bijdrage.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Scientific Committee on Problems of the Environment, een vooraanstaande internationale non-gouvernementele organisatie. Het hoofdstuk over bio-energie, economie en beleid uit het omvangrijke rapport kwam tot stand onder leiding van LEI Wageningen UR. Daarnaast leverde het sociaaleconomisch onderzoeksinstituut een bijdrage aan het hoofdstuk over bio-energie en voedselzekerheid. Hans van Meijl, programmamanager Biobased and Circular Economy, licht de belangrijkste conclusies uit dit rapport toe.

Welke conclusies hebben jullie vanuit economisch perspectief getrokken?

Hans van Meijl: ‘We hebben geconstateerd dat er twee belangrijke drijvende factoren zijn achter de opkomst van bio-energie. Allereerst zijn activiteiten nu nog sterk afhankelijk van stimulerend overheidsbeleid. Dat beleid is nodig, want de bio-energiesector staat nog in de kinderschoenen en kan voor het grootste gedeelte economisch gezien niet concurreren met de fossiele industrie die allang volledig volwassen is. Het doel van stimulering moet wel zijn dat de industrie op eigen benen komt te staan of dat vergoedingen in lijn zijn met positieve externe effecten zoals het terugdringen van broeikasgassen. Regulering moet daarbij de negatieve bijeffecten voor land, water en biodiversiteit opvangen. Dit moet zorgvuldig gebeuren, want teveel regels zetten een rem op investeringen van innovatieve bedrijven, terwijl technologische ontwikkeling belangrijk is om concurrerend te worden.

De tweede factor is dat bio-energie sterk heeft geprofiteerd van stijgende olieprijzen, hoewel die prijzen juist het laatste jaar sterk zijn gedaald. Uiteindelijk kan bio-energie dankzij technologische vooruitgang en volledige benutting van biomassa een volwaardig alternatief zijn voor fossiele energie.’

LEI Wageningen UR heeft ook een bijdrage geleverd aan het onderzoek naar de effecten van bio-energie op voedselzekerheid in de wereld. Wat valt daarover te zeggen?

Van Meijl: ‘Om te beginnen is de relatie tussen bio-energie en voedselzekerheid heel complex. Nadat de voedselprijzen decennialang zijn gedaald, zijn deze prijzen de afgelopen jaren gestegen. Die prijsstijging is voor een deel veroorzaakt door stijgende energieprijzen aangezien die een belangrijk deel van de kosten van voedsel vormen (o.a. kunstmest, brandstof en vervoer). Maar biobrandstoffen hebben daar slechts een beperkte bijdrage aan geleverd. Het zou dus niet terecht zijn om biobrandstoffen verantwoordelijk te houden voor de gestegen voedselprijzen. Daar komt bij dat stijgende voedselprijzen niet altijd slecht hoeven te zijn voor mensen in armoedegebieden. Nog steeds is twee derde van de mensen, die in armoede leven, afhankelijk van de landbouw. Hogere prijzen geven een hoger inkomen voor de lokale boer. Ook zien we in gebieden waar bioplantages zijn gekomen dat de welvaart van mensen stijgt. Er wordt infrastructuur aangelegd, mensen worden verbonden met de wereld en verdienen geld om kunstmest, nieuwe technologie en betere zaden te kopen. De keerzijde is dat een derde van de armoede in de wereld zich in steden concentreert. De mensen daar hebben wel last van de stijgende voedselprijzen.’

In het rapport staat dat de beschikbaarheid van land geen beperkende factor is voor bio-energie. Hoe zit dat?

Van Meijl: ‘Onderzoekers hebben gekeken naar de hoeveelheid land in de wereld die nog niet gebruikt wordt voor de voedselvoorziening of voor gewassen voor biobrandstoffen. Als je die marginale gronden meerekent, is er in potentie genoeg land beschikbaar voor bio-energie. Wij economen kijken echter ook naar de kosten die nodig zijn om land bereikbaar te maken, te irrigeren en te bemesten. Die kosten zijn nu vaak nog te hoog. Het is nu realistischer om te werken aan hogere opbrengsten per hectare in de wereld, aangezien daar nog een flinke efficiëntieslag te maken is.

Neem contact op met de expert