Nieuws

Samen investeren in natuur vergt experimenteerruimte

Gepubliceerd op
22 april 2016

Op zoek gaan naar deze grenzen van de natuur. LEI Wageningen UR heeft op donderdag 24 maart een ontdekkingstocht georganiseerd waarin de (on)mogelijkheden van de financiering van natuur en landschap centraal stonden. De conclusie van vijf inleiders en de vijftig aanwezigen was dat samen investeren in natuur experimenteerruimte vergt, waarin de verschillende, vaak lokale, partijen elkaar moeten versterken vanuit eigen expertise.

‘Exploring the boundaries of nature, to improve the quality of life’

Beleidsmaker Hans Rutten (ministerie van Economische Zaken), ondernemers Jan Duijndam (Hoeve Biesland) en Erik Droogh (Leisurelands) en onderzoeker Martijn van der Heide (LEI Wageningen UR) verkenden vanuit hun perspectief de grenzen. Zij zijn dieper ingegaan op huidige en toekomstige ontwikkelingen in het natuurbeleid, en de (on)mogelijkheden die deze opleveren voor de financiering ervan. LEI-onderzoeker Van der Heide ging daarbij in op vier trends die samen de aanleiding en achtergrond schetsen waartegen we de zoektocht naar groene verdienmodellen moeten zien: decentralisatie, vermaatschappelijking, internationalisering en vermarkting.

Beleidsmaker Rutten verwoordde vervolgens vanuit het natuurbeleid een behoefte aan diversiteit rond natuurstrategieën en het integreren van natuur en economie. ‘Het economisch onderzoek is weliswaar heel divers maar kan meer oog hebben voor de economische kracht van diversiteit.’ Na deze twee analyses op macroniveau spraken de twee individuele ondernemers Duijndam en Droogh over het vermarkten van natuur en landschap en welke groene verdienmodellen - soms direct, soms indirect - daarachter kunnen zitten. Naast een oproep tot vervlechting van functies, waar voorheen het credo vooral ontvlechting en functiescheiding was, deden zij ook een oproep tot nieuw denken. Of zoals Droogh het wist te verwoorden: ‘Laat er een Renaissance ontstaan waarbij samenwerking, vertrouwen en openheid centraal staat.’

De rode draad

Na de presentaties werd Krijn Poppe, programmamanager LEI Wageningen UR, door de dagvoorzitter Marien Borgstein (LEI Wageningen UR) uitgedaagd om de rode draad uit de presentaties te halen. Poppe pakte deze op via vier vragen:

Multifunctioneel stapelen: van ontvlechting naar vervlechting en wat zijn de mogelijkheden voor experimenteerruimte?

  • Hoe kan je leren van je fouten? Waarom altijd gefocust op successen/parels?
  • Businessmodellen: waar zit synergie en waar is overheid nog nodig? En welke overheid is dat dan?
  • Organisatievorm van de samenwerking: wat doe je zelf en wat doe je met de organisaties?

Schoenmaker, blijf bij je leest

Wat volgde was een geanimeerde gedachtewisseling tussen tal van aanwezigen, waarbij een aantal interessante opmerkingen en punten de revue passeerden. Zo was voor sommigen het geld dat met groene verdienmodellen bijeengeschraapt wordt, en waarmee de natuur in de benen gehouden moest worden, niet veel meer dan ‘klein bier’. Maar voor een ondernemer als Erik Droogh geldt dit niet. Tegelijkertijd werd gesteld dat niet iedereen zomaar kan gaan ondernemen met natuur. Een overheid moet niet gaan ondernemen en een natuurorganisatie die ‘zakelijker’ wordt, is niet meteen een ondernemer.

Een ander punt dat werd genoemd was het aspect van lerende netwerken en experimenteerruimte. Waarom leren we zo weinig van bestaand onderzoek? En waarom is er zo weinig onderzoek gericht op de lange termijn? Juist natuur en landschap zijn zaken van de lange adem. Effecten van investeringen betalen zich in veel gevallen pas jaren later uit.

Ondernemen met natuur is lokaal maatwerk: vervlechten van functies

Het leren van best of worse practices lijkt vooralsnog onvoldoende op gang te komen. En hoewel velen onderschreven dat het ‘leerproces’ erg belangrijk is, werd daar wel een kritische noot bij gemaakt. Want bij ondernemen met natuur hangt veel ook af van de ondernemer. Er is geen generieke blauwdruk voor succes, zo werd meerdere keren benadrukt. Verdienmodellen vragen om maatwerk, en daarnaast is het soms geluk hebben. In lijn hiermee gaf Jan Duijndam de zaal mee dat vervlechten van functies niet grootschalig kan worden toegepast. Economische actoren verbinden zich met natuur in hun nabije omgeving, en niet met onbekende gebieden elders. En hoewel vervlechten dus iets op lager schaalniveau is, speelt het overal. Centraal daarbij staan vaak regionale partijen of actoren die ‘iets’ hebben met het gebied. Vaak is het gemeenschappelijke belang het aan de praat houden van de lokale economie, waaraan vervlechting een bijdrage kan leveren. Vanuit een gedeeld maatschappelijk belang, en gebaseerd op onderling vertrouwen, ontstaat synergie in het gebied.

‘Oormerk heffingen en creëer experimenteerruimte’

Ook werd gesteld dat je bij de financiering van natuur en landschap niet zonder overheid kan. Verschillende vormen van natuur vragen om verschillende aanpakken. Sommige natuurtypen - zeg: de donkergroene natuur - zullen vermoedelijk afhankelijk blijven van subsidies van het Rijk. Lichtgroene natuur, waarin meer activiteiten (zoals recreatie) mogelijk zijn, lenen zich meer voor ondernemerschap. Wat betreft de subsidies werd opgemerkt dat deze meer uit geoormerkte heffingen verkregen zouden moeten worden. Zo zou toeristenbelasting niet meer naar de algemene middelen van een gemeente moeten gaan, maar (gedeeltelijk) geoormerkt moeten worden voor onderhoud aan natuur en landschap. Experimenteerruimte (regelvrije zones) zou een eerste stap in deze richting kunnen betekenen.

Het spel en de spelers veranderen

Een andere institutionele opmerking betrof de organisatievormen die nodig zijn (of aangepast moeten worden) bij de financiering van natuur en landschap. Zo komen er bijvoorbeeld nieuwe spelers bij, en ontstaan er nieuwe rollen. Het speelveld verandert, bijvoorbeeld als Staatsbosbeheer wil gaan investeren in agrarisch natuurbeheer. Wat betekent dit voor hoe het ‘spel’ gespeeld, georganiseerd wordt?

De gevoerde discussie geeft volop voer voor beleid en onderzoek om verder over de financiering van natuur na te denken. LEI Wageningen UR denkt hierin vanzelfsprekend mee.