Acarodomatia of roofmijthuisjes

Nieuws

Schuilplekken voor roofmijten

Gepubliceerd op
29 mei 2015

Bij de bestrijding van trips, spint en wittevlieg met roofmijten is het opvallend dat dit in sommige gewassen zeer goed gaat en in andere gewassen helemaal niet of erg moeizaam doordat roofmijten zich niet goed vestigen. In het project “standing army” kijkt Wageningen UR Gastuinbouw naar de onderliggende redenen door deze verschillen en de mogelijkheden om vestiging van roofmijten te verbeteren. Overduidelijk is dat gebrek aan voedsel vaak een probleem is in sierteeltgewassen. Dit kan ondervangen worden door het aanbieden van stuifmeel of andere voedselbronnen.

Maar er is meer aan de hand. Ook in gewassen waar een overmaat aan voedsel wordt aangeboden slaan de roofmijten soms niet aan. In een proef met potplanten bleken de roofmijtdichtheden 10x zo hoog te zijn op Spathilphyllum dan op Anthurium, terwijl op beide planten een gelijke hoeveelheid stuifmeel was aangebracht. De reden is waarschijnlijk dat bij lagere luchtvochtigheden Spathiphyllum meer schuilplekken biedt met een beter microklimaat dan Anthurium. Op sommige planten zijn deze schuilplekken heel nadrukkelijk aanwezig, zogenaamde acarodomatia, of “roofmijthuisjes”. Dit zijn vaak dichte clusters van bladharen op de plekken waar bladaders bij elkaar komen (zie foto). Deze domatia bieden niet alleen een beter microklimaat, maar ook bescherming tegen predatoren van roofmijten. In verder onderzoek wordt bepaald wat de rol is van deze domatia bij de bestrijding van trips en of gebrek aan domatia in gewassen kan worden ondervangen door het aanbieden van kunstmatige schuilplekken.