Steeds minder Nederlands grondoppervlak gebruikt voor voedselproductie

Persbericht

Steeds minder Nederlands grondoppervlak gebruikt voor voedselproductie

Gepubliceerd op
4 oktober 2016

Sinds 2000 neemt het land- en tuinbouwareaal af met gemiddeld met 0,5% per jaar. Met name uitbreiding van stedelijk gebied speelt een grote rol. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is in 2015 per saldo met bijna 1.600 afgenomen tot 63.900. Deze daling komt vooral (bijna 70%) door bedrijfsbeëindiging bij generatiewisseling. Gedwongen beëindiging in de vorm van een faillissement (4%) komt minder voor. Het aantal zeer grote bedrijven neemt nog altijd toe. Deze en andere economische ontwikkelingen blijken uit het vandaag gepubliceerde Voedsel-Economisch Bericht (VEB) van Wageningen Economic Research.

In de eerste twee kwartalen van 2016 is 17.400 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is 3% minder dan in eerste helft van 2015. De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland lag in het tweede kwartaal van 2016 boven de gemiddelde prijs over heel 2015. De laatst bekende prijs is 57.000 per hectare. Het aantal gecertificeerde biologische land- en tuinbouwbedrijven is in 2015 met 25 bedrijven gestegen tot 1.508. Flevoland is met ruim 10% van het totaal areaal cultuurgrond de provincie met het grootste biologische areaal. Naast informatie over (internationale) voedselproductie, wordt ook consumptie meegenomen in het voormalig Landbouw-Economisch Bericht.

In 2014 hebben consumenten voor het vijfde jaar op rij meer dier-, mens- en milieuvriendelijk geproduceerd voedsel gekocht (+18% ). Het aantal filialen van biologische supermarkten nam toe van 20 in 2013 naar 50 in 2015. Op het geheel heeft biologisch een klein aandeel in de totale productie in Nederland. De consumptie van biologisch maakt 3%
uit van de totale voedselconsumptie.

Deze cijfers laten de tweespalt zien binnen het huidige voedselsysteem. Aan de ene kant zijn er de bedrijven die – in alle schakels van de keten – groter worden, waar de productie voor het overgrote deel is gebaseerd op het traditionele exportgerichte lage-kostprijs model en waar de afstand tussen productie en consumptie groot is. Daarnaast is er een grote hoeveelheid initiatieven waarin via korte ketens producenten en consumenten dichterbij elkaar komen. De vraag is welke invloed deze initiatieven hebben op ‘de traditionele’ landbouw. Het recente verleden leert dat niches, zoals biologische en multifunctionele landbouw, weliswaar marktniches zijn gebleven, maar toch hebben bijgedragen aan aanpassingen in de ‘ traditionele landbouw’.