Steeds minder werkenden in de land- en tuinbouw

Persbericht

Steeds minder werkenden in de land- en tuinbouw

Gepubliceerd op
30 juni 2015

In 2000 werkte 1 op de 33 mensen in Nederland in de land- en tuinbouw, in 2014 was dat naar schatting 1 op de 50. Ook het aantal bedrijven in de land- en tuinbouw daalt. De groei van het productievolume schommelt de laatste jaren rond de 1%, de ontwikkeling van de agrarische prijzen laat een grote variatie zien. Deze en andere economische ontwikkelingen blijken uit het jaarlijkse Landbouw-Economisch Bericht (LEB).

Toegevoegde waarde agrocomplex


De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex bedroeg 48 miljard euro in 2013. Dit is ruim 8% van het nationale totaal. De toegevoegde waarde in de verwerkende en logistieke bedrijfstakken is in de periode 2010-2013 het meest gegroeid. In 2014 waren er 65.000 land- en tuinbouwbedrijven, bijna 2.000 minder dan in 2013. Deze afname is vrijwel gelijk aan het langjarig gemiddelde. Sterke dalingen waren er opnieuw voor glastuinbouw- en varkensbedrijven. Van de bedrijven wordt 45% gerekend tot de zeer kleine bedrijven, die niet voldoende werkgelegenheid bieden voor een persoon. Als deze bedrijven zouden stoppen, zou het effect op de productie gering zijn. 5% wordt gerekend tot de grote bedrijven, deze bieden werk aan vijf mensen of meer, dit zijn vooral glastuinbouwbedrijven.

Landbouwareaal


Tussen 2000 en 2014 is het landbouwareaal in Nederland ruim 135.000 hectare kleiner geworden, dat is een daling van zo’n 7%. Meer dan driekwart van dit areaal is omgezet in bebouwd gebied. De prijzen van landbouwgrond zijn gestegen: in het 4e kwartaal van 2014 tot gemiddeld ongeveer 55.000 euro per ha. De agrarische grondprijs laat op lange termijn een trendmatige stijging zien, doorbroken door perioden waarin de prijs eerst sterk stijgt en vervolgens sterk daalt. De stijging is sterk bepaald door de schaalvergroting in de grondgebonden landbouw. Een andere factor is de rentevoet, die op een historisch laag niveau is beland.