Sterke daling vertrouwen pluimveehouders

Persbericht

Sterke daling vertrouwen pluimveehouders

Gepubliceerd op
22 november 2018

Ook in het derde kwartaal van 2018 is de Agro Vertrouwensindex gedaald. Hoewel er voor de meeste sectoren een voorzichtige toename van het vertrouwen is geregistreerd, neemt het vertrouwen van de pluimveeondernemers sterk af (-9 punten). Overigens fluctueert de index van de pluimveehouderij per kwartaal sterk.

De Agro Vertrouwensindex van de land- en tuinbouw, een combinatie van de stemmingsindex en de verwachte situatie voor over 2 à 3 jaar, daalt hierdoor met een klein punt. De varkenshouderij kent de grootste toename van het vertrouwen met ruim drie punten. Ondanks deze stijging blijft het vertrouwen in deze sector het laagst. Het vertrouwen van ondernemers in de tuinbouwsectoren is het hoogst.

Agro Vertrouwensindex

Stemming stabiel

De stemmingsindex voor de land- en tuinbouwbedrijven verandert ten opzichte van de vorige meting nauwelijks (+0,7). Bij drie sectoren is de huidige stemming op het bedrijf ten opzichte van halverwege het jaar toegenomen en bij drie nam de stemming af. Vooral bij pluimveehouders is de stemming een stuk lager dan na het tweede kwartaal. De index daalt met ruim 16 punten. Ook bij de varkenshouderij zijn ondernemers minder positief gestemd. Momenteel is hier de stemming het laagst van alle sectoren. Eind 2017 was de stemming hier nog het beste van alle sectoren. De stemming bij melkveehouders is stabiel. Akkerbouwers, glas- en opengrondstuinders noteerden een iets hogere index. Ook bij de groep overige bedrijven in de land- en tuinbouw is de stemming op het bedrijf verbeterd.

Ondernemer minder positief over verwachte economische situatie voor over 2 à 3 jaar

Over de verwachte toekomstige situatie op het bedrijf denken ondernemers opnieuw minder positief dan bij de enquête over het tweede kwartaal. De index levert twee punten in en staat nu op een kleine vijf punten. Dat betekent dat er net meer ondernemers zijn die positief zijn over hun bedrijfssituatie over 2 à 3 jaar dan negatief. Alleen eind 2014 is de index lager geweest dan nu. Deels komt deze lage index door de kleine afname van de verwachtingen bij pluimveehouders, glastuinders en akkerbouwers. Echter, vooral de daling van de verwachtingen bij de overige agrarische sectoren zorgt voor een lagere index. Deze worden, vanwege de onderlinge diversiteit, hier niet apart gepresenteerd. Varkenshouders zijn juist positiever gaan denken over hun bedrijfssituatie over 2 à 3 jaar dan na de meting die halverwege dit jaar plaatsvond.

Liquiditeitspositie vooral bij varkenshouders een probleem

Vooral varkenshouders geven aan dat hun liquiditeitspositie te wensen over laat. Bij meer dan een vijfde van deze bedrijven is de liquiditeitspositie zeer krap. Daarnaast zegt een kwart van de bedrijven krap bij kas te zitten. Ook bij opengrondstuinbouwers en melkveehouders is er bij ongeveer één derde van de bedrijven sprake van minimaal een krappe beurs. Bij een ruime meerderheid van de glastuinbouwondernemers is de liquiditeitspositie op orde. Ondanks dat is er ook hier bij een kleine 20% van de bedrijven sprake van een krappe tot zeer krappe financiële situatie.

Liquiditeitspositie ondernemers

Droogte voor bijna de helft van bedrijven van negatieve invloed op liquiditeit

Bijna de helft van de land- en tuinbouwbedrijven vindt dat de droogte de liquiditeit negatief heeft beïnvloed. De droogte van de afgelopen maanden heeft vooral een negatieve invloed gehad op de liquiditeit van bedrijven in de melkveehouderij, akkerbouw en opengrondstuinbouw.

Bij 11% van de melkveehouders heeft de droogte de liquiditeit zeer negatief beïnvloed. Bij nog eens 46% van de bedrijven was de droogte van negatieve invloed. Bij akkerbouw en opengrondstuinbouw bedroegen deze percentages respectievelijk 8% en 6% (zeer negatief) en 40% en 39% (negatief). In de glastuinbouw is de schade beperkt. Hier geeft 18% aan dat de droogte een negatieve invloed heeft gehad op hun liquiditeitspositie. Driekwart van de glastuinbouwbedrijven zegt dat de droogte geen invloed heeft gehad op de liquiditeit. Ook bij pluimvee- en varkensbedrijven is dit percentage met 70% hoog. Slechts een klein percentage bedrijven heeft van de droogte geprofiteerd. Bij akkerbouwers is dit percentage het hoogst met 16%.