Stikstof verlies door engerlingen

Nieuws

Stikstof verlies door engerlingen

Gepubliceerd op
8 juli 2015

Op lichte zandgronden kunnen engerlingen veel schade aan de graszode aangerichten. Zij vreten in juli tot september de wortels van het gras op waardoor de zode los komt te liggen. Hierdoor is er minder contact met de ondergrond waardoor vocht en mineralen niet worden opgenomen en de groei achterblijft. Onder droge omstandigheden kan de zode zelfs afsterven. De schade wordt nog groter als kraaien en dassen op zoek gaan naar de engerlingen.

Door het teruglopen van de grasproductie is de opname van de gegeven bemesting minder en is er een groter risico op uitspoeling van mineralen. Dit risico wordt nog versterkt door het afsterven van de graszode waardoor mineralisatie optreedt. De stikstof die hierdoor vrijkomt kan niet opgenomen worden door een gewas.

Aanzienlijke schade door engerlingen

Op KTC De Marke was in 2014 de schade door engerlingen aanzienlijk. Op ongeveer 5 hectare bleef de grasgroei ver achter en op een gedeelte van het perceel was de zode volledig kapot en was herinzaai noodzakelijk. Herinzaai in het najaar is op zandgrond onder normale omstandigheden niet toegestaan. Echter, juist in de nazomer uitgevoerde herinzaai kan de engerlingen een slag toebrengen. Dit komt doordat engerlingen gevoelig zijn voor mechanische verstoring van de bodem en doordat de engerlingen in de nazomer/najaar nog boven in het bodemprofiel zitten. In het voorjaar zitten ze te diep en hebben de bewerkingen geen invloed. Dit jaar komt er een regeling dat er vrijstelling verleent wordt wanneer er schade door vraat is ontstaan. Ook engerlingen schade op zandgrond komt onder deze regeling te vallen.

Effect op gewasopbrengst

In het najaar van 2014 werd op De Marke een deel van een perceel waarvan een deel van de zode kapot was door engerlingenschade opnieuw ingezeaaid. Het was de bedoeling om het minder aangetaste deel in het voorjaar van 2015 opnieuw in te zaaien en het effect op de gewasopbrengst vast te stellen en een indicatie te verkrijgen van het effect op nitraatuitspoeling. Ook was het de bedoeling om vast te stellen of herinzaai in het najaar het bestand van engerlingen verkleint. Op een aantal tijdstippen is in de bodemlaag 0-20 en 20-40 cm de hoeveelheid minerale stikstof (N-min) gemeten. In onderstaande figuur staan de resultaten van de metingen.

Figuur 1: Resultaten metingen minerale stikstof
Figuur 1: Resultaten metingen minerale stikstof

N-min metingen

Vlak voordat het perceel werd gescheurd (op 17 september), is de hoeveelheid N-min gemeten op het gedeelte met de meest aangetaste zode dat in het najaar gescheurd zou worden en het gedeelte waarvan de zode minder aangetast was dat pas in het voorjaar gescheurd zou worden. Voor het scheuren van de zode was er al een grote hoeveelheid N-min in het deel dat in het najaar is gescheurd (eerste kolommen, Figuur 1). Op dit perceelsgedeelte was de grasgroei al enkele weken minder dan op het andere deel en de zode slechter. Er is daardoor minder stikstof opgenomen en meer stikstof gemineraliseerd. Er was dus voor het scheuren al veel minerale stikstof dat mobiel is en in het najaar dus een verhoogde kans op uitspoeling geeft.

Verschillen in N-min nemen af

Het verschil tussen de hoeveelheid N-min in het in het najaar gescheurde deel en het niet gescheurde deel werd na het scheuren niet groter, maar juist kleiner (vergelijk de blauwe en bruine kolommen, Figuur 1). Op beide perceelsdelen werd de hoeveelheid N-min in de loop van het najaar geleidelijk kleiner om in december op ongeveer 30 kg/ha uit te komen. Er zit dan geen verschil tussen de beide perceelsgedeelten. Van het deel dat niet gescheurd is, is op 6 november nog ruim 2 ton ds/ha geoogst waarmee ook stikstof is afgevoerd. Op het deel dat gescheurd is, is meer stikstof verloren gegaan dan in het andere deel. Maar de resultaten geven meer aanwijzing dat dat komt door de achtergebleven N opname door de schade aan de zode dan door het scheuren.

De hoop was dat door het tijdig ploegen van het perceel het aantal engerlingen flink zou verminderen maar dat viel tegen. Ze zaten al te diep. Om onduidelijke redenen ging een groot gedeelte van het nieuw ingezaaide gras dood waardoor opnieuw inzaai nodig was. Omdat er nog veel engerlingen aanwezig waren is besloten om in 2015 op het gehele perceel mais te telen.

Bestrijdingen engerlingen noodzakelijk

De metingen hebben duidelijk laten zien dat bestrijding van engerlingen niet alleen vanwege de mindere grasopbrengst maar ook vanwege stikstofverliezen noodzakelijk is. Dit is de reden dat De Marke al enkele jaren op zoek is naar een machine die de engerlingen mechanisch bestrijden. Dit jaar gaat weer een nieuw prototype aan het werk.