Het Wageningse iGEM-team BananaGuard

Nieuws

Studenten bouwen BananaGuard voor gentech-competitie iGEM

Gepubliceerd op
13 oktober 2014

Studenten bouwen in een lab in Wageningen een schimmeldodende bodembacterie om bananenplanten te beschermen tegen de verwoestende Panamaziekte. Met dit zelf ontworpen genetisch gemodificeerde organisme doen de Wageningse studenten mee aan iGEM, de International Genetically Engineered Machine competition, van 30 oktober tot 4 november in Boston, Amerika.

Het team van Wageningse studenten werkt al ongeveer een half jaar aan de bacterie die bij de wortels van bananenplanten nuttig werk zou kunnen verrichten. Ze worden begeleid door twee Wageningse leerstoelgroepen: Laboratory of Systems and Synthetic Biology en Laboratory of Microbiology, licht universitair docent Christian Fleck toe.

Synthetische biologie toepassen in de praktijk

Uitgangsmateriaal voor het organisme dat de studenten ontwikkelen is een bestaande bodembacterie die voorkomt in bananenplantages. De jonge biotechnologen willen daar maar liefst 13 of 14 genen aan toevoegen. Synthetische biologie is niet eenvoudig; het genoom zo aanpassen dat een organisme er geen last van heeft en precies gaat doen wat deze zou moeten doen vergt veel kennis en kunde.

Bodembacterie anti-schimmels laten produceren

Bob van Sluijs, lid van het Wageningse iGEM team BananaGuard, vertelt: “Uit literatuurstudies weten we dat de bodembacterie die wij gebruiken de schimmel Fusarium kan detecteren. Van nature gaat die bacterie vervolgens als afweermechanisme de fusaric acid wegpompen. Dat detectiemechanisme is heel waardevol, maar wij willen dat de bacterie daarna niet alleen gaat pompen maar ook natuurlijke anti-schimmels gaat aanmaken.” Zo beschermt de bacterie niet alleen zichzelf, maar ook de bananenplanten. Dat is belangrijk, want als de schimmel eenmaal in een bananenplantage is aangetroffen kunnen daar jarenlang geen bananen geteeld worden.

GMO moet zichzelf vernietigen na gedane arbeid

Hoewel het studententeam al maanden van 8 uur ‘s ochtends tot 10 of 11 uur ’s avonds werkt aan het ontwerp, lukt het waarschijnlijk niet een volledig werkende bacterie te presenteren op de Giant Jamboree, van 30 oktober tot 4 november in Boston. “Maar we hebben wel alle onderdelen ontwikkeld en we kunnen aannemelijk maken dat het ook echt mogelijk is al die onderdelen aan de bacterie toe te voegen”, zegt Van Sluijs. De bacterie zo modificeren dat deze de schimmel detecteert en daarna anti-schimmels gaat aanmaken, is al gelukt. Maar omdat er in de samenleving veel tegenstand is tegen genetische modificatie wil het Wageningse team ook een ‘kill-switch’ inbouwen, zodat de bacterie zichzelf doodt nadat deze anti-schimmels heeft geproduceerd. “Zo blijven er geen gmo’s achter is de bodem”, legt Van Sluijs uit. Echter, voor het aanbrengen van die ‘kill-switch’ moet het team maar liefst acht extra genen aan de bacterie toevoegen. Dat lijkt een te grote opgave om in enkele weken te realiseren. Toch verwacht het team extra punten van de iGEM-jury omdat het al wel gelukt is überhaupt een ‘kill-switch’ te ontwikkelen.

Knutselen met biobricks en ander DNA

iGEM-teams mogen zelf kiezen welk organisme ze gaan maken en welk probleem ze daarmee willen oplossen. Alle deelnemende teams hebben toegang tot een database met gestandaardiseerde ‘biobricks’, stukjes DNA waarmee specifieke eigenschappen aan organismen kunnen worden toegevoegd. Het Wageningse team ging zelfs nog een stapje verder: het gebruikte slechts ten dele gestandaardiseerde biobricks en kweekte zelf bodembacteriën op om ook daar stukjes DNA uit te isoleren en die in hun BananaGuard in te bouwen.

245 teams doen mee aan iGEM

Het team BananaGuard neemt het in Boston op tegen 244 ander studententeams van over de hele wereld. Dat belooft hoe dan ook een geweldige tijd te worden, want het is een samenkomst van gelijkgezinden. De deelnemers hebben stuk voor stuk een grote passie voor biotechnologie. Ze hebben nota bene maandenlang hun vrije uurtjes (en ook veel officieel niet-vrije uurtjes) in de iGEM-competitie gestoken. Die tijd werd niet alleen besteed aan modelleren en labwerk, men ging ook de boer op. Er werd contact opgenomen met experts (zoals de Wageningse bananenonderzoeker Gert Kema), sponsoren werden gevonden, een event werd georganiseerd waar ook de andere Nederlandse iGEM-teams naartoe kwamen, enzovoorts. Al met al een hele leerzame ervaring.