Succesvolle biobased pilotinstallaties in Lelystad draaien volop voor bedrijven

Nieuws

Succesvolle biobased pilotinstallaties in Lelystad draaien volop voor bedrijven

Gepubliceerd op
3 februari 2016

Vergisting van mest en biomassa kan economisch rendabeler als het gecombineerd wordt met bioraffinage en de reststromen optimaal benut worden. In het PPS-programma EnergieRijk is daarom een co-vergister gekoppeld aan bioraffinage-installaties en een algenvijver. Het succesvolle project is afgerond, maar de onderzoeksfaciliteit op het terrein van ACRRES in Lelystad is volop in bedrijf en wordt gebruikt door plant- en dierwetenschappers van Wageningen UR in samenwerking met diverse bedrijven.

“In Nederland zien we vergisting als interessante vorm van duurzame energieopwekking”, zegt Rommie van der Weide. Zij is senior-onderzoeker bij ACRRES, het landelijk praktijkcentrum van Wageningen UR voor duurzame energie en groene grondstoffen. “Door dierlijke mest te vergisten, ontstaat biogas. Voeg je aan de mest bijvoorbeeld snijmaïs toe, dan wordt de gasopbrengst bijna tien keer zo hoog. Co-vergisting, noemen we dat. Als co-materiaal willen we geen hoogwaardige snijmais gebruiken, maar alleen restmaterialen. Combineren met bioraffinage en gebruik van reststromen verbetert de business case. “

Maximale waarde uit groene grondstoffen

Op de ACRRES-proeflocatie in Lelystad is alles erop gericht samen met bedrijven maximale waarde uit groene grondstoffen te halen. Zo is er aan de co-vergister een bioraffinage-installatie gekoppeld. Van der Weide: “Door bioraffinage maken we uit de koolhydraten in maïs en suikerbiet bio-ethanol of andere chemicaliën. We gebruiken hiervoor de restwarmte van de vergistingsinstallatie. De resten die na bioraffinage overblijven, kunnen we voor een deel gebruiken als veevoer. Wat daarna nog overblijft, voegen we toe aan de mest in de vergister.”

Acrres

Laagwaardige grondstoffen, hoogwaardige output

Om biovergisting economisch rendabel te maken, is het allereerst de truc om, naast mest, voor laagwaardige ‘co-grondstoffen’ te kiezen, zegt Van der Weide: “In Lelystad gebruiken we bijvoorbeeld ook voerresten van de koeien en laagwaardig gras uit natuurgebieden.” Daarnaast is de output belangrijk. “Op onze locatie produceren we samen met onze partners in eerste instantie groengas en bio-LNG, liquefied natural gas, waar veel vraag naar is. Maar uit de resten die bij bioraffinage overblijven, kunnen we ook energie maken.’ Verder kan een biovergister ook ingezet worden in een smart grid om een meer flexibele en vraaggestuurde elektriciteitsproductie mogelijk te maken.

Restwarmte voor algen

Van der Weide en haar collega’s hebben een open praktijkonderzoekfaciliteit ontwikkeld met biovergisting als verbindende technologie voor innovatieve toepassingen. Zo is er in Lelystad ook een pilotinstallatie voor de productie van algen aan de co-vergister gekoppeld. “Veevoer bevat nu vaak eiwitrijk vismeel, afkomstig van vissen uit de oceanen. Algen vormen een goed alternatief. In Lelystad doen we op pilotschaal ervaring op met de teelt ervan. We gebruiken hiervoor de restwarmte en de rookgassen uit de co-vergister met de daaraan gekoppelde warmtekrachtkoppeling. De algen zijn vervolgens toe te voegen aan het veevoer van de koeien die de mest voor de vergister produceren. Zo maken we de cirkel rond.”

Testen op grote schaal

Door de schaalgrootte én de laagdrempeligheid van de proeflocatie, weten bedrijven de weg naar Lelystad goed te vinden. Van der Weide: ‘We testen op behoorlijk grote schaal zodat je geconfronteerd wordt met opschalingsproblemen zonder dat je enorme grondstoffenstromen nodig hebt. We ontdekken zo kinderziektes die op de labschaal verborgen blijven. Samen met bedrijven zoeken we vervolgens naar slimme oplossingen. We willen daarmee een waardevolle bijdrage leveren aan bedrijven die innovaties naar de markt willen brengen.