Nieuws

Tien jaar cursus ‘Biomassa’ Wageningen Academy

Gepubliceerd op
4 maart 2014

‘Biomassa is een heel breed onderwerp geworden in de tien jaar waarin wij de cursus geven,’ zegt Johan Sanders, één van de leiders van de cursus ‘Biomassa’ van Wageningen Academy, ‘en alles heeft met alles te maken. De eerste anderhalve dag van de cursus stoppen we vol met een overdaad aan informatie. In de laatste halve dag mogen de cursisten zelf de dwarsverbanden gaan leggen. Dan presenteren wij een case, en in kleine groepen mogen zij proberen een optimale oplossing te vinden.’

Informatiebehoefte

Het onderwerp ‘biomassa’ staat nog niet zo lang op de agenda, ongeveer vanaf de eeuwwisseling. De behoefte aan informatie groeide bij bedrijven, consultants en de overheid, en Wageningen Academy speelde daarop vanaf 2005 in met een jaarlijkse cursus. Binnenkort wordt de cursus voor de tiende keer gegeven. De cursusleiders zijn in al die jaren dezelfde gebleven: Wolter Elbersen, Wageningen UR, Food & Biobased Research, en Johan Sanders, Wageningen UR, Agrotechnology and Food Sciences Group. De eerste meer gericht op de levering van biomassa en op de actuele kansen, de tweede meer op de verwerking van biomassa en op de langere termijn.

Beiden constateren wel dat de accenten in tien jaar sterk verschoven zijn. Eerst ging de aandacht alleen uit naar elektriciteits- en warmteproductie uit biomassa, met CO2 en energie als leidende thema’s. Transportbrandstoffen kwamen pas daarna. En in de eerste jaren was er veel discussie over het gebruik van agroresiduen als diervoeding. De gekkekoeienziekte was net geweest, veel toepassingen in diervoer werden verboden, wat moest er met de bijproducten gebeuren? Het kostte soms veel moeite om betrokkenen ‘in het veld’ ervan te overtuigen dat er veel denkbare toepassingen van allerlei soorten biomassa zijn. Er was grote behoefte aan basisinformatie. Wat is vergisting? Wat is vergassing? Welke markten zijn er (of komen er) voor de stoffen die daaruit ontstaan?

Breder publiek

Het publiek veranderde mee. Elbersen: ‘Eerst was er veel aandacht voor de ondernemer en zijn kansen in de agro-industrie. Dat is nu sterk verbreed. Er komen provinciale en rijksambtenaren, consultants, bedrijven. Ook deelnemers uit Vlaanderen. We hebben vaak discussies tussen cursisten onderling, omdat sommige cursisten op hun terrein erg veel kennis hebben.’ Sanders: ‘Er zitten ook vaak mensen van NGO’s bij. Die brengen weer een heel nieuw element in de discussie, alles wat te maken heeft met duurzaamheid.’

Toepassingen van biomassa worden vaak gestuurd door subsidies. Te vaak, vinden de cursusleiders. Elbersen: ‘Het is natuurlijk mooi wanneer een ondernemer kansen ziet. Maar je moet ook gevoelig zijn voor beleid, want subsidieregelingen kunnen ook worden ingetrokken. Zo hebben we ondernemers met open ogen het faillissement in zien gaan, omdat ze met subsidie begonnen in een sector waarvan de duurzaamheid wankel was. Zoals destijds stoken van palmolie.

Waardepiramide

‘De waardepiramide van groene grondstoffen helpt altijd sterk om de gedachten de goede richting op te sturen,’ zegt Johan Sanders. ‘Deze wijst erop dat we bij verwerking van biomassa voorrang moeten geven aan producten met de hoogste opbrengst en vaak ook de hoogste duurzaamheidsscore. Zeker wanneer alles met alles te maken heeft, is zo’n richtlijn belangrijk. Vroeger waren toepassingen van biomassa sterk gesegmenteerd. Elektriciteit, warmte, transportbrandstoffen. Tegenwoordig zijn er veel dwarsverbanden, biomassa kan vaak in een veelheid van producten worden omgezet.’

‘Voor dit jaar denken wij bijvoorbeeld aan een case uit de diervoederindustrie. Er dreigt een tekort aan grondstoffen voor deze branche. Waar moeten deze vandaan komen? Moeten de bedrijven gaan diversifiëren richting de Bioeconomy? Moeten ze land gaan kopen in Brazilië? Of zouden zij meer moeten doen met Nederlands gras, door middel van bioraffinage? De waardepiramide geeft goede aanknopingspunten.’

Miljarden

Elbersen: ‘Ondernemers moeten steeds zoeken naar de hoogste toegevoegde waarde. Zij kunnen schuiven tussen sectoren. Bijvoorbeeld een fabriek van voedingsmiddelen koppelen aan een vergister. Wij proberen te bereiken dat ondernemers en beleidsmakers zulke kansen goed kunnen beoordelen.’ Sanders: ‘Het helpt ook wanneer er concrete voorbeelden zijn in eigen land. Er kwam pas voldoende belangstelling voor bioraffinage toen de eerste experimenten goed waren gelukt. Nu zouden we meer aandacht willen voor de chemie. Maar de voorbeelden zitten vooral in het buitenland, zo wordt in Frankrijk, Thailand en China al groen epichloorhydrine gemaakt. In Nederland worden zulke ontwikkelingen geremd door de sterke focus op transportbrandstoffen.’

De cursus bestaat nu tien jaar en gaat nog vele jaren door. Het vak ontwikkelt zich steeds en zo ook de belangstelling. Biomassa is geen uithoek meer van adepten van duurzaamheid, maar een bedrijfstak waarin miljarden omgaan.