‘Toch toekomst voor de banaan’

Nieuws

‘Toch toekomst voor de banaan’

Gepubliceerd op
20 september 2017

De banaan heeft ernstig te lijden onder schimmelziektes die steeds meer gewasbeschermingsmiddelen vergen. Vorige eeuw verdween de geliefde Gros Michel banaan door de Panama-ziekte. Nu is de plaatsvervangende variëteit Cavendish - in alle supermarkten te krijgen – bedreigd. Bij zijn inauguratie als buitengewoon hoogleraar Tropische fytopathologie op 21 september aan Wageningen University & Research laat prof.dr. Gert Kema weten wat er nodig is om de banaan te redden.

De exportbanaan Cavendish doet het goed op alle soorten bodem en was jarenlang weinig gevoelig voor de Panama-ziekte. De Cavendish werd daarom door de grote bananenproducenten massaal aangeplant op de ter ziele getogen Gros Michel-plantages. Het ‘agronomisch mirakel’ Cavendish werd dominant op de internationale markt en heeft in bijvoorbeeld India en Oost-Afrika lokale variëteiten gedeeltelijk verdrongen, zegt prof. Kema. “Bovendien houden de retailers de kiloprijs op een minimum, omdat bananen in de supermarkten voor topomzetten zorgen. Het zijn geldmachines, vergelijkbaar met katoenen T-shirts. Net als voor andere ‘orphan crops’ geldt dat investeringen in de financieel florerende bananenbranche zijn achtergebleven. Er is geen geld gestoken in basaal wetenschappelijk onderzoek. En dat komt nu slecht uit.”

Opleving Panama-ziekte

De veroorzaker van de Panama-ziekte is een Fusarium-schimmel, die inmiddels een extreem virulente variant kent, aangeduid met TR4 (Tropical Race 4), met desastreuze gevolgen. En er zijn geen zadenbanken met uitgangsmateriaal voor nieuwe variëteiten om de Cavendish te vervangen. “We zijn terug bij af”, concludeert de hoogleraar. “Cavendish heeft één groot nadeel. Er is geen genetische variatie. De  bananen van de grote merken of van fair trade zijn genetisch identiek. Het zijn klonen geteeld in extreme monoculturen. Bijgevolg zijn alle exemplaren even gevoelig voor schimmelziektes”, zegt hij in zijn inaugurele rede Tropical phytopathology – dragging orphan crops into the spotlight.

“Tegelijk zie je dat de grote producenten zich blindstaren op het behoud van de Cavendish en de prakrijk daaromheen”, kritiseert prof. Kema. “De Panama-ziekte is al vanaf 1960 bij Cavendish in Taiwan bekend, maar eerst toen wij aantoonden dat de TR4-schimmelvariant al in Jordanië, en later in Libanon, Pakistan, Laos en Mozambique is opgedoken, ontwaakte de sector en riep plots op tot noodmaatregelen. Daarbij komt dat slechts 15 % van de oogst bestemd is voor de export, terwijl de overige productie op de lokale markt wordt afgezet. Miljoenen boeren zijn afhankelijk van een goede oogst. En die wordt bedreigd door de introductie van de TR4-schimmelstam via nieuwe Cavendish aanplant in ‘schone’ gebieden door conservatieve marktpartijen.”

Redding banaan

Om de schimmelvariant TR4 te bedwingen is zowel genetische kennis van de bananensoorten als van de schimmel noodzakelijk. In de onderzoeksgroep van prof. Kema zijn inmiddels duizend stammen van Fusarium in kaart gebracht en kon een stamboom van de schimmel worden opgesteld. Zo zien ze vanwaar de schimmel zich oorspronkelijk verspreidde en komen parallellen met menselijk migraties in beeld.

Ook concentreert de groep zich op veredelingsprogramma’s vanuit wilde bananensoorten. “Want genetische variatie is een absolute voorwaarde om de meeste problemen met bananen het hoofd te bieden en bovendien geeft het de consument meer keus”, zegt prof. Kema. Met het ontwikkelen van nieuwe variëteiten is zeker tien jaar gemoeid. Daarnaast wil de Wageningse hoogleraar wetenschappelijk samenwerken met partners uit het bedrijfsleven zodat oplossingen ook daadwerkelijk toepassing vinden in de bananeneconomie. Maar ook zoekt de onderzoeksgroep contact met kleine bananenboeren om hun vragen, dilemma’s, variëteitenkeuzes en toegang tot de markt te onderzoeken. Dit moet er mede toe leiden dat zij straks de keus hebben uit verscheidene resistente bananenvariëteiten voor de markt van voedsel, fruit en vezels.

De buitengewone leerstoel van prof. Kema is gefinancierd door de Stichting Dioraphte en ondergebracht bij het Laboratorium voor Fytopathologie onder leiding van prof. Bart Thomma.