Nieuws

Ton Hoitink benoemd tot hoogleraar Environmental Fluid Mechanics

Gepubliceerd op
2 juni 2017

Het College van Bestuur van Wageningen Universiteit heeft Ton Hoitink per 1 juni benoemd tot persoonlijk hoogleraar Environmental Fluid Mechanics binnen de leerstoelgroep Hydrologie en Kwantitatief Waterbeheer van Remko Uijlenhoet. Hij gaat zijn onderzoek en onderwijs richten op stromingsprocessen en bodemveranderingen in delta’s, met behulp van nieuwe monitoringsmethoden op basis van akoestische, optische en radarmetingen.

In delta’s gaat de rivier over in een zich vertakkend stelsel van rivierarmen die tot ver in het binnenland worden beïnvloed door de waterstanden op zee. Tijdens extreem hoogwater kan de veiligheid van de bewoners in het geding komen, en treedt erosie op door sterke stroming. Bij extreem laagwater kunnen schepen vastlopen en dringt zout water de delta binnen, met consequenties voor de zoetwatervoorziening. “Mijn onderzoek en onderwijs richt zich op de stromingsprocessen en bodemveranderingen veroorzaakt door rivierafvoer, getij, wind en zout-zoetverschillen,” zegt Hoitink. “Daarbij combineer ik kennis uit de hydrologie, de oceanografie en de geologie. Een beter begrip van stromingsprocessen in delta’s is nodig om natuurvriendelijke ingrepen te ontwerpen die de gevolgen van klimaatverandering tegengaan, anticiperend op meer extreme rivierafvoeren en een stijging van de zeespiegel.”

Een speerpunt in Hoitink’s aanpak is de ontwikkeling van nieuwe monitoringsmethoden op basis van akoestische, optische en radarmetingen vanaf meetschepen, vanaf een vaste opstelling in of nabij de rivier, en vanuit de ruimte. “Door synergie tussen alternatieve meetmethoden en geavanceerde dataverwerkingsmethoden, zoals we die hier in Wageningen ontwikkelen, is het mogelijk om de processen die leiden tot oevererosie, zoutindringing of het belemmeren van scheepvaart beter te doorgronden. Er zijn nauwelijks metingen die inzicht bieden op stromingsprocessen tijdens extreem hoge afvoeren, terwijl die wel bepalend zijn voor erosie en aanzanding. Idem dito zijn er weinig metingen tijdens lage rivierafvoeren, die mondiaal leiden tot verergerde zoutindringing in delta’s. Klimaatverandering noopt tot intensievere monitoring van deltagebieden met een hogere ruimtelijke dekking, die een beter zicht bieden op cruciale situaties bij extreme riviercondities.”

Hoitink is hoofd van het Kraijenhoff van de Leur Laboratorium voor Water en Sediment Dynamica (achter Gaia). Door middel van schaalexperimenten in dit laboratorium onderzoekt hij met collega’s de bodemdynamiek als gevolg van de wisselwerking tussen water en sediment. Lopend onderzoek is gericht op een pilot met langsdammen in de Waal, die over een lengte van 10 kilometer zijn aangelegd ter vervanging van rivierkribben. Ton Hoitink: “Gefinancierd door NWO, Rijkswaterstaat en Deltares bestuderen wij de stromingsprocessen in openingen tussen de langsdammen, waar water en zand worden uitgewisseld tussen de vaargeul en de oevergeul. Als de pilot in de Waal de evaluatie positief doorstaat, dan zal dit het Nederlandse rivierenlandschap ingrijpend doen veranderen.”

Ton Hoitink heeft civiele techniek gestudeerd aan de Universiteit Twente en is afgestudeerd bij het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, wat nu Deltares is. Vervolgens heeft hij promotieonderzoek gedaan bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek aan de Universiteit Utrecht, als medewerker van de afdeling Fysische Geografie. Naast het onderzoek in Nederland richten zijn onderzoekprojecten gefinancierd door NWO en de KNAW zich op de delta’s van de Pearl en de Yangtze in China en de delta’s van de Berau, de Mahakam en de Kapuas in Indonesië.