Nieuws

Traag gras en snelle maïs slechte combinatie

Gepubliceerd op
6 januari 2014

Zowel het eiwitgehalte als de verteerbaarheid van het gras is afgenomen in de loop van de jaren op KTC De Marke. Dit betekent een afname van de benutting van eiwit en energie uit gras. Traag gras en snelle maïs combineren namelijk slecht in de pens van de koe.

Deskundigen op het gebied van gewasbemesting, snijmaïsteelt, maïsveredeling, graslandbeheer, veevoeding, gezondheid van melkvee en duurzame melkveehouderij bogen zich op proefbedrijf De Marke over de vraag of ons ruwvoer nog wel voldoet aan de gewenste kwaliteit. De discussie vond plaats met aan de hand van gegevens van De Marke, praktijkgegevens van BLGGAgroXpertus en proefveldgegevens die beschikbaar zijn uit eerder uitgevoerd onderzoek door Wageningen UR.

Eiwitarmer door lagere N-bemesting

Resultaten van BLGGAgroXpertus geven aan dat de voorjaarskuilen van gras eiwitarmer geworden zijn. Dat is waarschijnlijk een gevolg van lagere N bemesting. Op proefbedrijf De Marke is niet alleen het eiwitgehalte maar ook de verteerbaarheid van gras afgenomen. Dit zet de benutting van eiwit en energie uit gras onder druk. Dit wordt nog versterkt doordat de maïs op De Marke relatief veel onbestendig zetmeel bevat. Dit zetmeel wordt in de pens van de koe afgebroken, waardoor de pH laag wordt. Deze pens verzuring is vooral ongunstig voor de bacteriën die gras verteren wat de benutting van voedingstoffen uit het gras extra doet afnemen.

Slechter verteerbaar gras

Mogelijk krijgt de praktijk in de toekomst ook te maken met slechter verteerbaar gras. Het is dan verstandig de combinatie te vermijden van dit soort gras met veel onbestendig maïszetmeel. Het is nog niet duidelijk hoe de bestendigheid van maïszetmeel het beste geoptimaliseerd kan worden. Een laat oogstmoment leidt tot een relatief lager aandeel onbestendig zetmeel. Veredeling kan hierin een bijdrage leveren. Veredelaars geven aan dat gebruikerswensen bijvoorbeeld op het gebied van zetmeelbestendigheid niet duidelijk geformuleerd zijn. Hierdoor hebben ze ook geen sterke invloed op veredelingsprogramma’s. Wat zou kunnen is meer ‘flint’ rassen aan te bieden en minder ‘dent’- rassen. Flint en dent staat grofweg voor: harde (flint) en wat minder harde (dent) zetmeel- of korrelstructuren. Een hardere structuur staat voor bestendiger. Dat betekent dat er geschoven zou moeten schuiven worden van dent naar flint om de bestendigheid van maïszetmeel te verhogen. Eerder onderzoek geeft weinig aanwijzingen dat er een relatie is tussen de bestendigheid van maïs en bemesting. Daar valt dus weinig in te sturen.

Voederwaarde van kuil

Om een hoge voederefficiëntie te bereiken is het erg belangrijk om de voederwaarde van kuilgras te kennen, maar ook de mate waarin de voederwaarde door het dier benut kan worden. De verteringssnelheid kan dit sterk beïnvloeden. Het CVB oriënteert zich op een systeem om bij de voederwaardebepaling ook rekening te houden met de verteringssnelheid van kuilen.

De organisatoren van de bijeenkomst oriënteren zich op de mogelijkheid om een voorstel te maken om dit onderwerp verder te verkennen. Hierbij zullen alle relevante disciplines van diergezondheid, via diervoeding en gewasproductie tot bemesting betrokken worden.

Voor meer informatie

Lees hier het verslag van de bijeenkomst.