Nieuws

Traditionele methoden beste om aantal bezoekers in natuurgebieden te meten

Gepubliceerd op
16 december 2015

Alterra Wageningen UR heeft traditionele methoden vergeleken met nieuwe methoden om bezoekaantallen in natuurgebieden te verzamelen. Het blijkt dat traditionele methoden zoals telslangen en visuele tellingen nog steeds het betrouwbaarst zijn. Gegevens van smartphones zijn veelbelovend, maar op dit moment minder geschikt om het totale bezoek te meten. Het onderzoek is uitgevoerd voor het Ministerie van Economische Zaken.

Terreinbeheerders en bedrijfsleven

Beheerders van bos- en natuurgebieden willen graag weten hoeveel en waar recreanten in een gebied komen. Het monitoren van het bezoek aan deze gebieden is de laatste jaren niet of nauwelijks gedaan. Ook het bedrijfsleven wil meetgegevens beschikbaar hebben wanneer ze besluiten om te investeren in nieuwe natuur of wanneer ze willen bijdragen aan het beheer van bestaande natuur. In de Rijksnatuurvisie wordt het bedrijfsleven nadrukkelijk genoemd om het natuurbeleid mede vorm te geven.

Traditionele telmethoden

Er zijn veel methoden om bezoeken aan natuurgebieden te tellen, zoals bezoekersaantallen op een bepaalde dag of het aantal bezoeken van een individu gedurende een bepaalde periode. Wanneer alleen bezoekersaantallen nodig zijn dan is de traditionele methode met telslangen en infrarode sensoren het best. Wil men meer weten over bezoekers, dan zijn camera’s of mechanische tellingen een optie, eventueel te combineren met visuele tellingen en/of met enquêtes onder bezoekers.

Nieuwe teltechnieken

Om een globale indruk te krijgen van het aantal bezoekers en van populaire plekken in een natuurgebied zijn simulatiemodellen beschikbaar. Ook is met zogenaamde ‘heatmaps’ van locatiegebonden data te zien waar populaire plekken zijn. Het gebruik van smartphones is nog niet geschikt om bezoekaantallen te meten in natuurgebieden vooral omdat de privacywetgeving het analyseren van data bemoeilijkt. Ook levert het weinig kenmerken op over typen recreanten en speelt de ruimtelijke onnauwkeurigheid een beperkende rol. De nieuwe technieken kunnen wel gebruikt worden om globaal inzicht te krijgen in drukke en minder drukke delen van een natuurgebied.