Nieuws

Uitbreiding Lelystad Airport: carte blanche of troefkaart?

Gepubliceerd op
25 juni 2014

Bij het rondetafelgesprek met de Tweede Kamer over de uitbreiding van Lelystad Airport als ‘overloop’ voor Schiphol was Alterra-onderzoeker Roel During een van de deelnemers. Hij bracht de Alterra-expertise op het gebied van ruimtelijke ordening en samenleving in. Het ging bij deze discussie onder andere om een ruimtelijke en economische visie op de ontwikkeling van Lelystad Airport en de gevolgen daarvan op regionale en landelijke schaal. De economische gevolgen voor de regio Lelystad worden gezien als een troefkaart voor de uitbreiding van Lelystad Airport.

Het voorgenomen besluit om Lelystad Airport te gebruiken als ‘zesde baan’ voor Schiphol, met name voor toeristische vluchten, heeft een enorme reikwijdte, niet alleen regionaal, maar ook landelijk. “De hele kaart van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland kan er door veranderen,” zegt Roel During. “Lelystad Airport zal weliswaar Schiphol ontlasten maar tegelijkertijd voor veel meer drukte (verkeersbewegingen) zorgen in het gebied tussen Lelystad en Amsterdam. Er lijkt bij ‘toeristische vluchten’ vooral te worden uitgegaan van Nederlands vakantieverkeer, maar er zijn ook veel buitenlanders die naar Amsterdam willen, en dan in Lelystad landen. Op Lelystad Airport is echter niet voorzien in goed openbaar vervoer, zoals bij Schiphol wel het geval is. Bij Lelystad zijn het juist de parkeerplaatsen die voor de inkomsten moeten zorgen: parkeren als verdienmodel.”

De plannen roepen volgens During dan ook de nodige vragen en discussiepunten op. Die gaan niet alleen over de tombola van verdringingseffecten waarvan het overzicht ontbreekt en gevolgen voor de toeristische ontsluiting van Amsterdam voor stedentrippers, maar ook over de toekomstvastheid van deze zesde baan van Schiphol en de veiligheidsaspecten van het vliegen over een vogelrijk gebied. “Door alle onduidelijkheid dreigt de troefkaart een carte blanche te worden.”

Als voorbeeld noemt During de invloed van het vliegveld op de natuur (de Oostvaardersplassen liggen vlakbij), en de invloed van de natuur op de vliegveiligheid (vogelaanvaringen). Dat zijn belangrijke expertisegebieden van Alterra. “Als je de stukken leest, lijken die gevolgen allemaal nogal mee te vallen, maar dat is nog maar de vraag. Gelet op de vele wetlands waarmee het vliegveld is omgeven en het feit dat dat het om één van de meest vogelrijke gebieden in Nederland gaat, zou hier veel meer aandacht aan moeten worden besteed. Rond Schiphol worden in een straal van 20 km de ganzen weggevangen of geschoten; de Oostvaarderplassen liggen op minder dan 8 km van Lelystad Airport. Het risico is evident: als een opstijgend vliegtuig midden in een vlucht ganzen terecht komt, dan is het leed niet te overzien.”

Over de inpassing van Lelystad Airport in de Flevopolder en het effect op landgebruik en ruimtelijke ordening bestaan volgens During goede ideeën. De plannen voor een ‘Airport Garden City’ zijn veelbelovend en gericht op duurzaamheid. Dat kan een troefkaart zijn. De Schipholgroep wil deze locatie gebruiken om te experimenteren met duurzaamheid en milieuzorg op een schaal die zich daar voor leent. En ook wordt er gewerkt aan de omvorming van belendende landbouwpercelen tot productiegebieden voor de biobased economy. Hier kan veel werkgelegenheid en milieuwinst ontstaan, mits het allemaal niet in de sfeer van vrijblijvendheid wordt ontwikkeld. During: “Dit element van Airport Lelystad lijkt veelbelovend maar zou snel en actief verder opgepakt moeten worden en ver uit moeten stijgen boven het beperken van negatieve effecten. De duurzaamheidsopgave zou integraal onderdeel moeten uitmaken van het businessmodel en dat doet het nu nog niet.”