Persbericht

VSNU presenteert gezamenlijke toekomstvisie op academisch onderwijs

Gepubliceerd op
11 juni 2015

‘Goedemorgen professor’, ook in 2025 is dat een veelgehoorde begroeting op de universiteit. De beste onderzoekers staan voor de klas, het contact tussen studenten en docenten is kleinschaliger en intensiever. Hoewel de digitalisering, internationalisering en flexibilisering van het onderwijs gestaag doorzetten, blijven universiteiten geloven in het belang van een universiteitscampus waar de academische vorming door persoonlijke ontmoeting centraal staat. Deze ambities staan in de nieuwe strategische onderwijsvisie van de gezamenlijke universiteiten: ‘Goedemorgen professor. Visie op studeren in een nieuwe tijd’, die VSNU-voorzitter Karl Dittrich vandaag heeft overhandigd aan studenten en medewerkers van Tilburg University.

Het is 2015. De Nederlandse universiteiten denken na over de strategische keuzes voor de toekomst. Ze formuleren een gezamenlijke visie voor de komende tien jaar, zodat de student en de docent van 2025 zich in een academische omgeving bevinden die met de tijd meegaat. De vandaag gepresenteerde visie is een weergave van de discussies over de toekomststrategie die de universiteiten de afgelopen periode met studenten, medewerkers en andere stakeholders hebben gevoerd. Deze toekomst is niet voor alle universiteiten dezelfde, daarvoor is de diversiteit tussen opleidingen, disciplines en ambities te groot. De universiteiten voeren daarom ook een eigen instellingspecifieke agenda.

Versterken van de academische gemeenschap via campusonderwijs

Het onderwijs is ingrijpend aan het veranderen door webcolleges, MOOC’s, flipped classroom en blended learning. Universiteiten gaan mee in die ontwikkeling, desondanks blijven universiteiten geloven in het belang van campusonderwijs. Deel uitmaken van een universitaire gemeenschap en daarin actief participeren draagt sterk bij aan de academische vorming. Bovendien biedt de campus een uitgelezen plek voor andere vormende culturele en sociale activiteiten, maar ook voor het opzetten van start ups. De campus wordt zo nog meer een broedplaats voor innovatie en creativiteit en biedt bovendien een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor kennisintensieve bedrijven uit binnen- en buitenland.

Universiteiten primair verantwoordelijk voor vorming 18 tot 25-jarigen

Groei van het aantal studenten aan universiteiten is niet langer een ambitie. Wel ‘meer docent per student’, zodat het onderwijs kleinschaliger en intensiever wordt, met meer individuele feedback en begeleiding. Universiteiten voelen zich primair verantwoordelijk voor academische vorming van 18 tot 25-jarigen, waarbij onderwijs en onderzoek meer met elkaar verweven zijn. Daarnaast ontwikkelen universiteiten flexibel modulair hoger onderwijs voor werkenden, zodat het voor die doelgroep aantrekkelijker wordt om bij te scholen aan de universiteit.

Realistische overheid noodzakelijk

De komende tijd willen universiteiten over deze zaken het gesprek voeren in de universitaire gemeenschap. De meeste ambities kunnen de instellingen zelf verwezenlijken binnen de kaders van de huidige wet- en regelgeving. Voor sommige ambities zijn acties van de overheid nodig, bijvoorbeeld op het terugdringen van de bureaucratie en terughoudendheid bij het willen maken van nieuwe prestatieafspraken. De universiteiten verwelkomen de middelen uit het studievoorschot om te kunnen investeren, maar vragen de overheid tegelijkertijd om realistisch te zijn. De middelen voor universiteiten bedragen geen 1 miljard euro maar 230 miljoen euro. Ze komen bovendien geleidelijk vrij en zijn pas over een kleine tien jaar op hun hoogtepunt.

De nieuwe strategische onderwijsvisie van de gezamenlijke universiteiten: ‘Goedemorgen professor. Visie op studeren in een nieuwe tijd’ is te downloaden op de site van de VSNU.