Vangstbeperkingen op aantal schoolvormende visbestanden geadviseerd

Nieuws

Vangstbeperkingen op aantal schoolvormende visbestanden geadviseerd

Gepubliceerd op
30 september 2015

De meeste schoolvormende visbestanden die belangrijk zijn voor de Nederlandse visserij staan er nog steeds goed voor. Toch zijn vangstbeperkingen nodig om de doelstelling van maximaal duurzame oogst te behalen, aldus de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES). IMARES Wageningen UR presenteerde vandaag de vangstadviezen voor onder andere blauwe wijting, makreel, horsmakreel en Atlanto-scandian haring in de Noorse zee.

De Europese Raad van Visserijministers stelt eind 2015 de nieuwe vangstquota vast voor 2016. Omdat de schoolvormende visbestanden een grote verspreiding kennen, zijn ook de kuststaten Faeröer, Noorwegen, IJsland, Groenland en Rusland betrokken bij het vaststellen van beheermaatregelen. Het advies van ICES speelt in dit proces een belangrijke rol. ICES is een wetenschappelijk samenwerkingsverband van twintig landen die grenzen aan de Noord-Atlantische Oceaan, Noordzee of Oostzee. IMARES Wageningen UR is als toegepast wetenschappelijk zee-onderzoeksinstituut nauw betrokken bij de totstandkoming van de adviezen.

Stabiel blauwe wijting bestand, maar visserijdruk te hoog

De visserij op blauwe wijting vindt hoofdzakelijk plaats ten westen van Ierland. Na een flinke afname is het bestand tussen 2011 en 2013 toegenomen en lijkt het in 2014 te stabiliseren rond de 4 miljoen ton. De jonge aanwas van blauwe wijting lijkt in 2014 en 2015 groter dan gemiddeld. Hoewel het visbestand in omvang gezond is, is de visserijsterfte hoger dan het niveau waarop de maximaal duurzame oogst wordt bereikt. Maximaal Duurzame Oogst (Maximum Sustainable Yield, MSY) berust op het principe dat er gemiddeld niet meer gevangen wordt dan er aan jonge vis jaarlijks bijkomt. ICES adviseert op basis van de MSY benadering om in 2016 de vangst ten opzichte van 2015 e verlagen naar 776.391 ton.

Toenemende druk op makreelbestand

Het Noordoost-Atlantische makreelbestand is sinds begin 2000 verdubbeld naar 4.2 miljoen ton in 2014. Het paaibestand laat in 2015 een afname zien naar 3.6 miljoen ton, maar zit nog boven het veilige niveau. De visserijdruk is toegenomen en hoger dan het veilige niveau. Sinds een aantal jaren is er geen overeenstemming meer tussen de Europese Unie, Noorwegen, Faeröer, IJsland, Groenland en Rusland over het gezamenlijke beheer van het makreelbestand. Het advies is daarom gebaseerd op de MSY benadering. ICES adviseert hiervoor een afname van de vangst naar 667.385 ton.

Horsmakreel stabiel, maar laag

Horsmakreel wordt vooral gevangen ten westen van de Britse eilanden en minder in de Noordzee. De grootte van het westelijke visbestand fluctueert sinds 2001 rond de 1 miljoen ton. Vanaf 2002 is de aanwas van jonge vis laag. De visserijdruk neemt sinds 2007 toe, maar ligt onder het MSY niveau. Op basis van de MSY benadering concludeert ICES dat de vangst van het westelijke horsmakreel bestand kan toenemen naar maximaal 126.103 ton in 2016.

ICES beoordeelt het horsmakreelbestand in de Noordzee als stabiel op een zeer laag niveau. De beschikbare informatie over het bestand is te beperkt om een oordeel te geven over waar het bestand en de visserijdruk zich bevinden ten opzichte van het MSY niveau. Het advies van ICES is daarom gebaseerd op de voorzorgsbenadering. Volgens ICES zou de vangst van Noordzee horsmakreel beperkt moeten blijven tot maximaal 15.200 ton.

Atlanto-scandian haring in de Noorse zee onder veilig niveau

Het haringbestand in de Noorse zee (ten westen van Noorwegen, ten noorden van Schotland) neemt sinds 2009 in omvang af door het uitblijven van sterke jaarklasses jonge vis vanaf 2004 Het bestand is nu onder het veilige biologische niveau terecht gekomen. De visserijdruk is ook verder gedaald en nu lager dan het niveau dat de maximaal duurzame oogst geeft. Op basis van het gezamenlijke beheerplan van de kuststaten en de bestandsgegevens adviseert ICES voor 2016 daarom een vangst van 316.876 ton.

pelagischeadviezen2015.JPG

Vaststellen vangstquota

ICES geeft de adviezen voor schoolvormende soorten in september zodat de Europese Commissie en de Raad van Visserijministers van de Europese lidstaten tijdig kunnen starten met het voorbereiden van de besluitvorming over de vangstmogelijkheden voor 2016. De Europese Commissie bespreekt de adviezen met de visserijsector en maatschappelijke organisaties. In de herfst worden afspraken gemaakt over het beheer en de vangsten tussen de kuststaten IJsland, Faeröer, Groenland, Rusland, Noorwegen en de EU. In december stelt de Raad van Visserijministers de toegestane vangsthoeveelheden voor 2016 vast.

Noot:

Voor Noordzee haring, dat zich volledig binnen de grenzen van de maximum duurzame oogst vindt, adviseerde ICES eerder dit jaar in juli al een verhoging van de TAC voor 2016 naar 555.100 ton.