macrolophus on gerbera

Nieuws

Veelbelovende resultaten met roofwantsen in gerbera

Gepubliceerd op
10 oktober 2014

Omnivore roofwantsen van de familie Miridae, zijn wantsen die zich voeden met zowel prooien (plagen) als plantmateriaal. Voor biologisch bestrijding is deze eigenschap ideaal, omdat de bestrijders daardoor preventief kunnen worden ingezet op het moment dat er nog geen plagen aanwezig zijn. Beginaantastingen van plagen kunnen dan snel worden bestreden.

De bekendste soort van deze familie is Macrolophus pygmaeus, die zeer succesvol wordt ingezet voor de bestrijding van wittevlieg en andere plagen in tomaat.  Ook in gerbera kunnen miriden zich goed handhaven en bijdragen aan de bestrijding van wittevlieg.

In een recent onderzoek van Wageningen UR Glastuinbouw (PT project 14941) zijn 5 soorten roofwantsen getest in dit gewas. Alle soorten waren in staat zich te vestigen in gerbera en hadden een significant effect op wittevlieg. Bij 3 van de 5 soorten werd wittevlieg voor meer dan 90% bestreden.

Doordat deze roofwantsen generalistisch zijn, kunnen ze ook een bijdrage leveren aan de bestrijding van andere plagen, zoals mineervlieg, spint en bladluis. Een opkomende plaag in de sierteelt is Echinothrips. Roofmijten laten het vaak afweten tegen deze plaag, maar omnivore roofwantsen bleken ook deze plaag zeer goed te bestrijden in gerbera. Opvallend was dat de bestrijding zelfs beter was wanneer er ook wittevlieg aanwezig was. Een ander voordeel van deze omnivore roofwantsen is dat ze vrij lang leven en actief blijven bij lage temperaturen. Daarmee zijn ze geschikte kandidaten om ook in de winterperiode plagen biologisch te bestrijden.

Kortom, de inzet van deze omnivore roofwantsen zou een doorbraak zijn in de preventieve biologische bestrijding in gerbera. Er is echter veel onduidelijkheid over de mogelijke gewasschade die deze roofwantsen kunnen veroorzaken. Bij sommige cultivars is bloemschade waargenomen en bij andere nooit. De onderliggende mechanismen hierbij zijn niet duidelijk. Verder kan de gewasschade verschillen per soort roofwants, omdat sommige soorten meer fytofaag/carnivoor dan de ander.

Meer inzicht in factoren die het gedrag van roofwantsen sturen kunnen leiden tot maatregelen die deze roofwantsen maximaal benutten voor plaagbestrijding met minimale risico‚Äôs op gewasschade.  Wageningen UR Glastuinbouw heeft daarom de intentie dit verder uit te werken in vervolgonderzoek.