Nieuws

Veelbelovende voedingswaarde van verschillende soorten zeewier

Gepubliceerd op
25 september 2014

Onderzoek van het Centrum Diervoeding laat interessante resultaten zien voor de voedingswaarde van verschillende soorten zeewier. Paul Bikker presenteerde de eerste resultaten op 28 augustus 2014 tijdens het EAAP symposium in Kopenhagen.

De groei van de wereldbevolking vergroot de behoefte aan biomassa voor de voeding van mens en dier. Op dit moment is het gebruik van zeewier in de diervoeding zeer beperkt en er is nauwelijks informatie beschikbaar over de voedingswaarde. Toch kan gebruik van zeewier perspectief bieden omdat voor de teelt hiervan geen schaarse cultuurgrond nodig is. Middels bioraffinage en residugebruik in diervoeding kunnen de verschillende zeewierfracties optimaal benut worden. Het doel van deze studie was het bepalen van de voedingswaarde van verschillende zeewiersoorten afkomstig van diverse Europese locaties en van de invloed van bioraffinage op de resterende voedingswaarde. De bepalingen omvatten: i) het gehalte aan eiwit, aminozuren, vetzuren, koolhydraten, vezels, (NDF, ADF, ADL), mineralen en sporenelementen, ii) in vitro afbraak van eiwit en organische stof met de methode van Boisen om de verteerbaarheid bij eenmagige dieren te schatten, en iii) fermentatie in de gasproductietest (GPT) voor de simulatie van afbraak van organische stof in de pens. Sojaschroot en kuilgras werden als referentie gebruikt.

De eerste resultaten laten grote verschillen in mineralengehalte en voedingswaarde zien tussen de verschillende zeewiersoorten, bijvoorbeeld lysine 2-11 g, vet 3-23 g, ruwe celstof 27-80 g, fosfor 0,6-3,4 g per kg gedroogd zeewier. Tegelijk zijn er juist opvallende overeenkomsten binnen de soorten ondanks herkomst van verschillende locaties. De in vitro simulatie van de verteerbaarheid in de dunne darm (18-69%) en over het gehele maagdarmkanaal (36-68%) varieerde enorm tussen de verschillende soorten, waarbij sommige soorten in dit systeem een betere vertering hadden dan de sojaschroot die als referentie meeliep. De cumulatieve gasproductie van de verschillende soorten in de GPT varieerde van 10 tot 100% van de waarde van kuilgras. De resultaten duiden erop dat met een goede keuze van de soorten en de teeltomstandigheden een goede voederwaarde gerealiseerd kan worden. Deze resultaten dienen echter nog wel middels in vivo onderzoek met doeldieren bevestigd te worden.