Nieuws

Veranderingen en consequenties van EU-beleid op visserij

Gepubliceerd op
19 december 2013

Vanaf 1 januari a.s. geldt het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Het gaat hier met name om de Europese visserij, maar zal ook zijn effect hebben op ontwikkelingslanden. In het herziene visserijbeleid is duurzaamheid het uitgangspunt. Doel van het beleid is verspilling tegen te gaan, de visvoorraden weer op een duurzaam niveau te brengen en daarmee voedselzekerheid en arbeidsmogelijkheden te vergroten en te creëren. Essentieel bij het bereiken van dit doel is wetenschappelijk advies.

Het nieuwe beleid verplicht vissers onder andere ondermaatse en niet-marktwaardige vis aan wal te brengen; de zogenoemde aanlandplicht. Dit zorgt er voor dat er een beter overzicht van de aanwezige visvoorraad in zee is en dat het optimaliseren van deze voorraad beter te realiseren is.

De eerder afgesproken partnerovereenkomsten zijn nu duurzame partnerovereenkomsten geworden, om zo duurzaamheid te bevorderen in ontwikkelingslanden. Partnerlanden ontvangen een vergoeding voor het toelaten van EU-landen in hun waters en financiële ondersteuning  voor het implementeren van een duurzaam visserijbeleid. Deze afspraak kent ook een negatief gevolg: vis gevangen door een Europese visser zal meestal geconsumeerd worden in de Europese markt en niet in het partnerland zelf. De overeenkomst geeft ontwikkelingslanden de garantie dat hun hulpbronnen op dezelfde manier worden benut als Europese hulpbronnen.

Naast visserij wordt ook Europese, duurzame aquacultuur gestimuleerd via het hervormde visserijbeleid. De EU is erg afhankelijk van import en hogere duurzame productie is daarom belangrijk. Gezien de beschikbare ruimte en het klimaat zal dit niet leiden tot meer concurrentie voor aquacultuur vanuit derdewereldlanden. Een transparante en efficiënte interne markt staat voorop. Dit kan worden bereikt door verbetering van keurmerken en etikettering. Dit leidt tot meer bewustzijn van de consument, kwaliteit, traceerbaarheid en voedselveiligheid.

Illegale visserij

Illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij is een grote dreiging voor het duurzaam benutten van aquatische hulpbronnen. Sinds januari 2010 zijn vissers verplicht bij export vangstcertificaten bij te voegen. De controle is opgevoerd en visproducten van schepen of landen op de IUU-lijst worden tegengehouden aan de Europese grens. Dit heeft grote economische consequenties.

General System of Preference

De EU kent momenteel drie varianten van het voorkeurssysteem: GSP, GSP+ en Everything-But-Arms. Door het systeem betalen ontwikkelingslanden een lagere btw over hun export naar de EU; belangrijk voor economische groei. Door het aangepaste beleid en hieruit volgende strengere criteria zijn een aantal landen nu geen begunstigde meer; het zogenoemde ‘country graduation’. Het aantal begunstigde landen is gedaald van 170 naar 80 landen. Ook is de lijst van producten die verhandeld kunnen worden onder GSP-systeem aangepast: zogenoemde ‘product graduation’. Het GSP-systeem is enerzijds bedoeld om EU-vissers te beschermen tegen concurrentie, aan de andere kant is er ook een duidelijk belang dat vis van ontwikkelingslanden voldoet aan de EU-standaard.

Samen met het Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI) heeft LEI Wageningen UR naar aanleiding van de aanpassingen in EU-beleid uitgezocht wat de veranderingen inhouden en wat de consequenties zijn voor het MKB in ontwikkelingslanden die exporteren naar de Europese markt. Een uitgebreid overzicht vindt u in bijgaand document.