Verbetering van veerkracht in de veehouderij

Nieuws

Verbetering van veerkracht in de veehouderij

Gepubliceerd op
11 februari 2019

Veerkracht van dieren betekent dat dieren om kunnen gaan met veranderingen in de omgeving. Onderzoekers van Wageningen University & Research stellen dat de veerkracht van dieren genetisch verbeterd kan worden door slim gebruik te maken van automatisering van metingen in de veehouderij ('big data'). Zodoende worden diergezondheid en dierenwelzijn verbeterd, worden economische verliezen beperkt en wordt het werkplezier van boeren vergroot.

Veerkracht van dieren is essentieel voor het normaal functioneren van een dier: een dier moet om kunnen gaan met tijdelijke veranderingen in de omgeving, zoals hittestress en ziekte uitbraak. Dieren met meer veerkracht worden minder beïnvloedt door deze omgevingsveranderingen. Deze dieren laten als gevolg daarvan minder schommelingen (fluctuaties) zien in productiekenmerken, zoals melkproductie of groei/lichaamsgewicht. Genetische verbetering van veerkracht in de veehouderij is daarom belangrijk.

Veerkracht meten

De huidige automatisering in de veehouderij leidt tot meer data en gegevens over dieren, zogenaamde 'big data'. Fluctuaties in dagelijkse productie kunnen daardoor bepaald worden en juist deze kunnen gebruikt worden voor het meten van veerkracht, stellen de onderzoekers. "De automatisering biedt mogelijkheden voor genetische verbetering van veerkracht," zegt onderzoeker Tom Berghof, "want voor het bepalen van genetische effecten heb je veel data van veel dieren nodig. Handmatig zou dit nooit lukken, maar met machines kan dit wel!" Door slim gebruik te maken van data, kunnen de dagelijkse fluctuaties gebruikt worden om de genetische basis van veerkracht te bepalen.

Door nu al te onderzoeken hoe we veerkracht kunnen bepalen aan de hand van 'big data' en hoe dit toe te passen in de fokkerij, bereiden we ons zelf voor op de nieuwe mogelijkheden voor andere diersoorten
Tom Berghof

De impact van genetische verbetering

Naast het kunnen meten van veerkracht, is het ook belangrijk om veerkracht op te nemen in fokdoelen van de veehouderij. Maar hiervoor moet het belang worden bepaald, de zogenaamde economische waarde. De onderzoekers laten zien dat de economische waarde bepaald kan worden aan de hand van bijvoorbeeld extra arbeidskosten die nodig zijn om dieren met een lagere weerstand te controleren. Twee versimpelde fokkerijscenario's werden nader onderzocht om de impact van fokken voor verbeterde veerkracht te bepalen. Hoofdonderzoeker Han Mulder zegt hierover: "De uitkomsten waren zoals verwacht: het fokken op verbeterde veerkracht is gunstig voor zowel de arbeidsvreugde van boeren, omdat ze per dier gemiddeld minder tijd verspillen, als ook de veerkracht van dieren. Wel zien we dat fokken voor verbeterde veerkracht kan resulteren in een lagere genetische vooruitgang in productie van dieren, maar op boerderijniveau gaat de totaal som er uiteindelijk wel op vooruit!"

Toepassingen en toekomstige plannen

Veel van de huidige automatisering in de veehouderij heeft zich beperkt tot melkkoeien en varkens, denk bijvoorbeeld aan melkrobots en voerstations. Maar technologische ontwikkelingen staan niet stil en op korte termijn worden zulke ontwikkelingen ook verwacht voor leghennen, vleeskuikens, vleeskoeien en zelfs vissen. "Door nu al te onderzoeken hoe we veerkracht kunnen bepalen aan de hand van 'big data' en hoe dit toe te passen in de fokkerij, bereiden we ons zelf voor op de nieuwe mogelijkheden voor andere diersoorten", zegt Tom Berghof. Han Mulder vult aan: "Op dit moment onderzoeken we fluctuaties in melkproductie van melkkoeien, in voeropname van kalkoenen en in lichaamsgewicht van leghennen. In de toekomst willen we ook onderzoeken hoe verbeterde veerkracht werkt op fysiologisch niveau om te begrijpen waarom sommige dieren beter omgaan met veranderingen dan andere." Uiteindelijk moet dit onderzoek resulteren in verbeterde diergezondheid en dierenwelzijn, lagere economische verliezen en meer werkplezier voor boeren.

Lees het volledige artikel in Frontiers in Genetics voor meer informatie.

Dit onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Aard- en Levenswetenschappen (NWO-ALW; project ALWSA.2016.4), het Ministerie van Economische Zaken (TKI Agri & Food project 16022) en de Breed4Food partners Cobb Europe, CRV, Hendrix Genetics en Topigs Norsvin.