Vergroten kennis plantenvirussen cruciaal voor toekomst voedselzekerheid

Persbericht

Vergroten kennis plantenvirussen cruciaal voor toekomst voedselzekerheid

Gepubliceerd op
19 maart 2014

Plantenvirussen vormen een onderbelicht fenomeen in de plantenwetenschappen. Toch is kennis daarvan cruciaal voor de toekomstige voedselzekerheid. Virussen in planten komen veel meer voor dan we ons bewust zijn. Van de naar schatting honderdduizenden plantenvirussen kennen we er nog geen duizend. Al die plantenvirussen richten veel schade aan, met soms desastreuze gevolgen. Alleen al om de risico’s daarvan in te schatten is veel onderzoek nodig, zegt prof. dr.ir. René van der Vlugt, buitengewoon hoogleraar Ecologische plantenvirologie aan Wageningen University, bij de aanvaarding van zijn ambt op 20 maart.

Virologie, de wetenschap van virussen, heeft zijn oorsprong in Wageningen, legt prof. Van der Vlugt uit in zijn inaugurele rede Onbemind, maar vooral onbekend. De plaats van plantenvirussen in ecosystemen. In de loop der tijd is daarbij de aandacht veelal gegaan naar virussen in de dierenwereld en bij de mens. Bovendien is de nadruk vooral gaan liggen bij het fundamentele onderzoek op moleculair en cellulair niveau, aldus de nieuwe hoogleraar. De aandacht voor de ecologische plantenvirologie, waarbij het gaat om de plaats en de rol van virussen in landbouwsystemen en de natuur, is daarbij in de verdrukking geraakt. Maar wij hebben die kennis absoluut nodig om de nadelige effecten van plantenvirussen zoveel mogelijk te beheersen, stelt Van der Vlugt.

Enorme gevolgen

“We begrijpen op dit moment nog bitter weinig van wat een virus nu eigenlijk is en waarom het ziektes veroorzaakt. De maatschappelijke gevolgen zijn niettemin enorm. Voor mensen- en dierenvirussen is dat evident. Voor plantenvirussen is dat veel minder bekend, terwijl die wereldwijd aanzienlijke schade veroorzaken en regelmatig verantwoordelijk zijn voor hongersnood”, aldus René van der Vlugt in zijn oratie. Plantenvirussen komen veel meer voor dan we denken, zegt hij. Op dit moment zijn ongeveer 2500 virussen beschreven. Daarvan zijn er nog geen 1000 afkomstig uit planten: “We kunnen er gerust vanuit gaan dat dat slechts het topje van de ijsberg is. Er moeten talloze plantenvirussen zijn, vooral in de wilde natuur. En die ‘wilde’ virussen interacteren met landbouwsystemen, al of niet door tussenkomst van insecten en rupsen. Zo zijn bladluizen bekend als grote boosdoeners bij aardappelziekten; de virussen die zij overbrengen worden vaak ingesleept vanuit de omgeving.”

Er bestaat, zo stelt prof. Van der Vlugt vast, ook nog weinig kennis over hoe een virusbesmetting verloopt en vooral waarom het ene virus bij een bepaalde wilde plant geen schade toebrengt en bij een andere wel. Dat zulks samenhangt met genen die resistentie veroorzaken, ligt voor de hand, meent hij. maar hoe dat verloopt en vooral hoe een virus in staat is om door resistentie heen te breken, is iets waarvan Van der Vlugt en zijn vakgenoten heel graag meer willen weten. En met hem de landbouw, die naar zijn oordeel zit te springen om deze kennis, vooral in het licht van de opgave om te zorgen voor voldoende voedselzekerheid voor de groeiende wereldbevolking.

Dr.ir. René A.A. van der Vlugt (Eindhoven, 1959) studeerde plantenziektekunde in Wageningen en promoveerde hier in 1993 als viroloog. Zijn hoofdfunctie is senior-plantenviroloog bij Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR. Zijn leerstoel is mede mogelijk gemaakt door het L. Bosfonds voor Ecologische Plantenvirologie, in het leven geroepen ter nagedachtenis van dr.ir. Lute Bos, vermaard Wagenings plantenviroloog die in 2010 overleed.