Eerste mest uit vergisters op proefveld

Nieuws

Verkennende proeven met biomassa in vergister op KTC De Marke

Gepubliceerd op
20 april 2015

Het belang van organische stof neemt toe, zo stelde Zwier van der Vegte tijdens de netwerkbijeenkomst van ‘Microvergisters in de praktijk’. De manager van KTC De Marke gaf aan verkennende proeven te doen met het toevoegen van bermgras aan de vergister. 'Om zo een beter digestaat met een hogere organisch stofgehalte te krijgen.'

Het toevoegen van organische stof aan de grond leidt tot een betere bodemstructuur, minder uitspoelingen van nutriënten, betere vochthuishouding, hogere weerstand van de bodem en een lagere emissie van broeikasgassen. Deze verbeteringen zorgen uiteindelijk voor een hogere gewasproductie. ‘Naast een hogere gewasopbrengst wordt het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid ook een belangrijk thema binnen de Nederlandse bedrijfsvoering voor de toekomst. Vanuit Europa hoor ik geluiden dat zij de verbetering van de bodemvruchtbaarheid willen stimuleren’, zegt Van der Vegte.

Scherpe BEX realiseren

De Van der Vegte illustreert de werking van het organische stofgehalte aan de hand van een voorbeeld.  Eén  procent hogere organische stof in de grond levert per hectare plusminus 1000 kilogram extra droge stof op. Dit wordt gerealiseerd door 15 mm meer vochthoudend vermogen en 25 kilogram hogere stikstof levering door een actiever bodemleven. Dit betekent dat de ondernemers zich moeten richten op diverse maatregelen zoals een scherpe BEX. Hierdoor wordt mestafvoer beperkt, dus ook de afvoer van organische stof.  Ondiep ploegen, goede vruchtwisseling, vaste mest, compost of  groenbemester dragen bij aan het op peil houden of verhogen van de organische stof. “Een andere optie is het toepassen van biomassa uit de directe omgeving’’, voegt Van der Vegte eraan toe.

Verkennende proeven met biomassa

De Marke gaat zich richten op biomassa uit de directe omgeving. In eerste instantie gaan zij onderzoek doen naar het toevoegen van wegbermmaaisel  aan de vergister. "Wegbermmaaisel werd in het verleden gekenmerkt als  afval. Nu maakt de overheid een uitzondering om binnen een bepaalde regio /gemeente het maaisel te verwerken en af te zetten op het eigen land’’, legt de bedrijfsleider uit. Het gaat in eerste instantie om ongeveer 4000 ton bermgras. Er liggen nog wel aantal vragen open: hoe kunnen de bermen het best opgeschoond worden? Hoe staat het met de uitlaatgassen en de onkruidzaden?  “We hebben nu het plan opgevat om de berm eerst schoon te maken door de rotzooi eerst op te rapen uit de berm. Vervolgens gaan we het gras klepelen en opzuigen, waarna het door de vergister kan’’, omschrijft hij de werkwijze.

Verwachte knelpunten in het proces

Zwier van der Vegte ziet nog wel wat knelpunten. Zo vraagt hij zich af wat de invloed van zand en de structuur van het product is op bijvoorbeeld de pomp en het vergistingsproces. Bovendien heeft De Marke te maken met een monovergister, waardoor er slechts 5 procent als co-product toegevoegd mag worden. Dit is een beperkte factor. Bij meer toevoeging is het geen monovergisting meer. Ook de status van de aanvoer van biomassa op het bedrijf binnen de mestwetgeving is nog een vraag.