Verlaagde energiebelastingtarief voor glastuinbouw blijft nodig

Persbericht

Verlaagde energiebelastingtarief voor glastuinbouw blijft nodig

Gepubliceerd op
16 september 2016

Het verlaagde energiebelastingtarief (EB) voor de glastuinbouw is nog steeds nodig om de sector gelijkwaardig te behandelen aan de energie-intensieve industrie. De algemene EB heeft een degressieve structuur waardoor grootverbruikers een lager tarief betalen dan kleinverbruikers. De glastuinbouw kent een kleinschalige bedrijfsstructuur. Bij het algemene tarief zou de glastuinbouw dan ook een sterkere belastingdruk krijgen dan de energie-intensieve industrie.

Toepassing van het algemene tarief zou de energiekosten voor de gehele glastuinbouw in 2011-2013 met zo’n 60-70 miljoen euro hebben verhoogd. Voor de afzonderlijke bedrijven heeft dit beperkt effect op het kostenniveau, maar wel op de bedrijfsresultaten en inkomens. Het effect is vooral substantieel voor de kleine glastuinbouwbedrijven zonder warmtekrachtkoppeling (wkk) met een verbruik onder de 170.000 m3 per jaar. Eventuele afschaffing van de verlaagde EB zou de toekomstmogelijkheden van deze bedrijven beperken en de trend van schaalvergroting en vermindering van het aantal bedrijven in de glastuinbouw versterken.

Energiebesparing en duurzame energie

Bij de kleine bedrijven zonder wk-installatie heeft de verlaagde EB mogelijk een negatief effect op energiebesparing en gebruik van duurzame energie. De marginale kosten - het bedrag waarmee de EB toeneemt als één extra kuub aardgas wordt gebruikt - van het aardgas zijn immers lager dan het geval zou zijn bij de algemene EB-tarieven. Dus als de EB lager wordt dan wordt aardgas goedkoper, waardoor energiebesparing en duurzame energie minder wordt gestimuleerd. Deze bedrijven nemen samen met de niet-gespecialiseerde bedrijven met glastuinbouw slechts 9% van het totaal aardgasverbruik en van de CO2-emissie van de glastuinbouw voor hun rekening. Door de beperkte omvang van het energiegebruik is energiebesparing en duurzame energie op deze bedrijven ook niet snel rendabel. Het verlaagde tarief heeft dus wel effect op de concurrentiepositie maar nauwelijks op energiebesparing of het gebruik van duurzame energie.

Alternatieve regelingen glastuinbouw

In het rapport is gekeken naar alternatieven om de concurrentiepositie van de sector te handhaven en de energiebesparing en duurzame energie te stimuleren. Drie van de vijf onderzochte alternatieve tariefstructuren voor de glastuinbouw – vlaktarief, progressief tarief en tweestaffel tarief – kunnen een gelijkblijvend effect hebben op de concurrentiepositie, en besparing en duurzaamheid. Dat geldt niet voor de alternatieven waarbij het aardgas gebruikt in wk-installaties wordt belast.

Een ander alternatief is in plaats van het verlaagd EB-tarief een fonds oprichten dat wordt gevoed met de extra opbrengsten die ontstaan door de afschaffing van het tarief. Dit fonds kan de verduurzaming van het energiegebruik van de glastuinbouw in sterkere mate stimuleren dan het huidige stelsel. Het instrument kan voldoen aan het hoofddoel van het verlaagd tarief, gelijkwaardige behandeling als de energie-intensieve industrie, mits er een voldoende effectieve terugsluizing in de vorm van subsidies voor energiebesparing en hernieuwbare energie voor de glastuinbouw op gang kan worden gebracht. Uitdaging daarbij is om de middelen terecht te laten komen bij de kleinere bedrijven die het hardst getroffen zouden worden door het wegvallen van het verlaagd tarief. De uitvoering van een fonds is ingewikkelder dan de alternatieve tariefstructuren; deze laatste brengen geen hoge uitvoeringskosten met zich mee. Over de uitvoering van een eventueel fonds moeten bestuurlijke en organisatorische afspraken worden gemaakt.

Rapport


Velden, Nico van der, Huib Silvis, Martijn Blom en Martine Smit, 2016. Evaluatie energiebelastingtarief glastuinbouw; Vergelijking met energie-intensieve industriële sectoren. Wageningen, LEI Wageningen UR (University & Research centre), LEI Rapport 2016-027. 62 blz.; 11 fig.; 13 tab.; 17 ref.