Versoepeling scrapie-eisen voor in- en uitvoer van zeldzame schapen- en geitenrassen na advies van CGN

Nieuws

Versoepeling scrapie-eisen voor in- en uitvoer van zeldzame schapen- en geitenrassen na advies van CGN

Gepubliceerd op
1 november 2016

Op Nederlands voorstel heeft de EU besloten om de uitwisseling van fokdieren van zeldzame schapen- en geitenrassen in Europa gemakkelijker te maken. Dat betekent dat schapen straks niet meer scrapieresistent hoeven te zijn, wanneer een ras zeldzaam is op basis van aantallen fokdieren in het importerende en het exporterende land. Ook kan voor zeldzame geitenrassen een uitzondering worden gemaakt op het verplichte koppenonderzoek.

In vakblad Het Schaap onderstreept Sipke Joost Hiemstra, Directeur van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), het belang van deze verruiming. “Instandhouding van zeldzame rassen houdt niet altijd op bij landsgrenzen.” De huidige EU-regels vormden daarvoor een belangrijke belemmering.

Voorwaarde voor de versoepeling is dat het gaat om stamboekdieren van een ras met een risicostatus overeenkomstig de FAO-richtlijnen. Daarin beschouwen we een schapen- of geitenras als ‘kwetsbaar’ wanneer er minder dan 6.000 fokdieren zijn. Een ras bereikt de status ‘bedreigd’ bij minder dan 3.000 dieren en is ‘kritiek’ bij 300 fokdieren of minder.

In Nederland hebben we een aantal Engelse schapenrassen voor die zowel in Nederland als in Engeland bedreigd zijn, waaronder de Castlemilk Moorit, de Leicester Longwool of de North Ronaldsay. Ook hebben we een aantal zeldzame geitenrassen, waarvoor deze versoepeling relevant kan zijn. Zonder grensoverschrijdende uitwisseling van fokmateriaal komt het voortbestaan van dergelijke rassen nog meer onder druk te staan dan nu al het geval is.

CGN heeft het ministerie EZ en de NVWA hierover geadviseerd en heeft op basis van gegevens in de Europese database EFABIS een lijst samengesteld van alle in Nederland voorkomende buitenlandse schapen- en geitenrassen en hun risicostatus.