Vervolg buizenproef beworteling van rassen Engels raaigras

Nieuws

Vervolg buizenproef beworteling van rassen Engels raaigras

Gepubliceerd op
9 april 2018

Verschillen in bewortelingsdiepte tussen grasrassen zijn interessant voor het behoud van een goede productie onder droge omstandigheden. Half maart 2018 zijn vier rassen van Engels raaigras in buizen geplant. In deze proef proberen we beter zicht te krijgen op het effect van de diepte van de beworteling op de groei van het gras.

Beworteling speelt een belangrijke rol in de plant-bodem interactie en beïnvloedt de productie van grasland, nutriëntenbenutting, wateropname, organische stof-voorziening, bodemstructuur en voeding van het bodemleven. Vooral een diepere beworteling kan de kans op droogteschade verkleinen. Diverse managementmaatregelen, zoals keuze van grassoorten en rassen, beïnvloeden de diepte en de intensiteit van de beworteling.

Veldonderzoek naar verschillen in beworteling tussen rassen van Engels raaigras is om verschillende redenen lastig en daarom kunnen veredelaars niet goed op beworteling selecteren. Met name het goed bepalen van beworteling in diepere lagen is moeilijk.

Proef 2016

Op zoek naar een methode om rasverschillen in beworteling vast te stellen en om beter zicht te krijgen op eventuele rasverschillen zijn in 2016 grasplanten in buizen opgekweekt. De 12 onderzochte rassen verschilden zowel in de totale wortelbiomassa als in de proportionele verdeling over de diepte. Sommige rassen hadden nauwelijks wortels in de laag van 30 tot 80 cm en bij andere rassen werden wel wortels op deze diepte gevonden.

De nazomer van 2016 was erg droog en we zagen in een rassenproef in Venray verschillen in droogtestress tussen rassen van Engels raaigras. Van de rassen van de buizenproef hebben we vervolgens de wortels van de veldproef bemonsterd. Helaas bleek de relatie tussen de beworteling zoals gemeten in de buizen en de beworteling in het veld niet goed te zijn. Mogelijk is de relatie verstoord door het optreden van bladvlekkenziekte en kroonroest in de veldproef.

Proef 2018

Half maart 2018 zijn van vier rassen - die flink verschilden in hoeveelheid wortels zoals vastgesteld in de eerste buizenproef - opnieuw planten gestoken uit een veldproef en geplant in buizen. Op de foto’s zijn de spruiten en de buizenopstelling te zien. In elke buis, gevuld met een mengsel van zand en zavel, is één spruit geplant. Via een druppelaar in elke buis wordt water en voeding gegeven.

De buizen staan in een bak waarin we het waterniveau kunnen regelen. Door capillaire opstijging kunnen de planten profiteren van dit vocht. De mate waarin dit gebeurt zal afhangen van de bewortelingsdiepte van de grasplanten.

Na circa twee maanden gaan we in een deel van de buizen de gift met de druppelaars beperken. De diepte en intensiteit van de beworteling gaat dan bepalen hoeveel water de planten op kunnen nemen. Vanaf dat moment gaan we de planten een aantal malen knippen om de bovengrondse productie te volgen. Op een later moment bepalen we de wortelmassa.

In een aantal buizen is op 20 of 40 cm worteldoek aangebracht om de diepte van de beworteling te beperken. Hiermee proberen we beter zicht te krijgen op het effect van de diepte van de beworteling op de groei van het gras.