Vervolgonderzoek met verdunde mest voor behoud sleepvoetenmachine

Nieuws

Vervolgonderzoek met verdunde mest voor behoud sleepvoetenmachine

Gepubliceerd op
10 mei 2016

Dit voorjaar is gestart met het meten van de ammoniakemissie van verdunde mest die op klei- en veengrond is aangewend met de sleepvoetenmachine. Daarnaast zijn er veldproeven aangelegd om de mestbenutting te bepalen. De uitkomsten van het onderzoek zijn belangrijk voor het besluit of de sleepvoetenmachine behouden kan worden voor gebruik op klei- en veengrond. Het onderzoek is een vervolg op onderzoek met verdunde mest in 2013 en 2014.

Eerste resultaten positief

In 2013 en 2014 zijn de eerste veldproeven uitgevoerd, waarbij verdunde mest werd toegediend met een sleepvoetenmachine op grasland. De verdunningen waren in die jaren resp. 1 deel mest : 1 deel water en 1 deel mest : 0,5 deel water. De resultaten van de ammoniakemissie metingen waren zeer positief met een gemiddelde reductie van de emissie van resp. ca. 50 en 40% ten opzichte van onverdunde mest (bekijk hier het rapport). Daarnaast werden positieve effecten op de mestbenutting gevonden. Verdunde mest aangewend onder droge omstandigheden en zonder aanvulling van kunstmest met een verdunning van 1 deel mest : 0,5 deel water en 1 deel mest : 1 deel water leidde tot verhoogde opbrengsten van resp. 7-12% en 20-25% ten opzichte van onverdunde mest (bekijk hier het rapport).

Verdere onderbouwing en borging

Hoewel de eerste resultaten positief zijn, zijn ze onvoldoende om tot een afgeronde onderbouwing en advies te komen. In dit project vinden daarom aanvullende metingen plaats om samen met de eerder gemeten emissiereducties het effect van het verdunnen goed te kunnen onderbouwen. Naast de eerder onderzochte verdunningen van 1 deel mest : 1 deel water en 1 deel mest : 0,5 deel wordt nu tevens een mindere verdunning van 1 deel mest : 0,25 deel water meegenomen.
Minder NH3 emissie leidt tot een betere mestbenutting. De stikstof die niet vervluchtigd kan immers door het gewas worden opgenomen. Dit project brengt via bemestingsproeven tevens in kaart wat de mestbenutting door het gewas is bij verschillende verdunningen ten opzichte van onverdunde mest.

Voorwaarde voor toepassing in de praktijk is dat deze manier van mest toedienen zowel te borgen als te handhaven is. Het project werkt daarom ook een ‘borgingssystematiek’ uit. Ook het rekenprogramma Aerius wordt hierin meegenomen zodat het effect mee kan tellen bij de berekening van het NEC-plafond voor ammoniak en in de ontwikkelruimte in de PAS.

Behoud sleepvoetenmachine belangrijk

Het toedienen van mest met de sleepvoetenbemester heeft een hogere emissiefactor dan zodenbemesten en is daarom vanaf 2017 niet langer toegestaan, tenzij er een methode wordt gevonden waarbij de ammoniakemissie voldoende wordt gereduceerd. Mest in de grond brengen met een zodenbemester als alternatief voor de sleepvoetenbemester is niet altijd een goede optie voor klei- en veengronden. Op veengrond kan snijden in de grond problemen veroorzaken met de draagkracht en op kleigrond is het onder droge bodemomstandigheden niet altijd mogelijk om de mest goed in de grond te brengen.

Het onderzoek wordt in samenwerking uitgevoerd door Wageningen UR en Projecten LTO Noord en wordt gefinancierd door ZuivelNL, LTO Noord Fondsen en het Melkveefonds.