Persbericht

Verwerking van buitenlandse agrarische grondstoffen bepaalt 33% toegevoegde waarde Nederlands agrocomplex

Gepubliceerd op
26 februari 2015

De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex bedroeg in 2012 ruim € 45 miljard, ofwel 8% van de nationale toegevoegde waarde. Ruim 33% van deze toegevoegde waarde is gerealiseerd door de verwerking van buitenlandse agrarische grondstoffen en de daarmee samenhangende toelevering en productie.

De toegevoegde waarde van het opengrondstuinbouwcomplex daalde in 2012 relatief het sterkst (meer dan 5%) ten opzichte van 2010, die van het intensieve veehouderijcomplex steeg het meest. Het akkerbouwcomplex realiseerde het grootste aandeel in de totale toegevoegde waarde van het agrocomplex. Het totale agrocomplex genereerde in 2012 569.000 arbeidsjaren werkgelegenheid; dat is 7,9% van de nationale werkgelegenheid.

Het agrocomplex omvatte in 2013 ruim 67.000 primaire land- en tuinbouwbedrijven. De meeste bedrijven zijn getypeerd als graasdierbedrijf (54%), gevolgd door akkerbouwbedrijf (18%) en tuinbouwbedrijf (13%). Tussen 2000 en 2013 is het aantal land- en tuinbouwbedrijven met gemiddeld 3% per jaar gedaald. De daling zit vooral bij bedrijven met standaardopbrengst tussen € 100.000 en € 250.000. De groei zat vooral bij de grootste bedrijven met een opbrengst van meer dan € 1.000.000 per bedrijf.

Voedings- en genotmiddelenindustrie

Naast de primaire land- en tuinbouwbedrijven omvat het agrocomplex ook nog ongeveer 5.000 bedrijven in de Voedings- en Genotmiddelenindustrie (V&G-industrie). Ruim 25% van deze bedrijven heeft meer dan 10 werknemers. Voor de totale Nederlandse industrie bedraagt het vergelijkbare percentage 15%. De V&G-industrie bevat dus relatief meer grote bedrijven dan de totale Nederlandse industrie in Nederland. Het aantal bedrijven in de V&G-industrie is tussen 2007 en 2014 met gemiddeld 1,6% per jaar gestegen, tegen gemiddeld 2,3% per jaar voor de hele Nederlandse industrie.

Berekeningen en resultaten

De berekening van de toegevoegde waarde en werkgelegenheid gebeurt op basis van de zogenoemde input-outputtabellen. Deze tabellen zijn voor jaar x pas beschikbaar in jaar x+2. De cijfers in deze publicatie hebben dan ook betrekking op 2012 en eerder. De resultaten voor de periode waarover dit rapport verslag doet, kunnen afwijken van die in vorige edities van dit rapport. Dit komt enerzijds door de revisie van de Nationale Rekeningen, en anderzijds door bijgestelde cijfers doordat ramingen definitief gemaakt zijn. De revisie van de Nationale rekeningen heeft een toename van de nationale toegevoegde waarde tot gevolg gehad waardoor het aandeel van de agrosector in het totaal daalde.