Nieuws

Verzetsvrouw overleefde zeven concentratiekampen

Gepubliceerd op
3 mei 2018

Toen de oorlog uitbrak in 1940 werkten Eltien en Neeltje Krijthe aan de Landbouw Hoogeschool. Ze raakten betrokken bij verzetswerk en haalden twee Joodse onderduikers in huis. In 1944 sloeg het noodlot toen ze door de Sicherheitsdienst werden opgepakt. Neeltje overleefde de oorlog en keerde nadien terug naar Wageningen.

De Haagse tweelingzusjes studeerden vanaf 1927 Tuinbouw aan de Landbouw Hoogeschool. Ze trokken samen op, woonden in de bovenwoning van boerderij De Wolfswaard, waren lid van de Wageningse Vrouwelijke Studenten Vereniging (WVSV) en roeiden bij Argo. Beiden bleven na hun afstuderen in Wageningen werken aan landbouwkundig onderzoek; Eltien bij Tuinbouwplantenteelt en Neeltje bij het iepenziekte comité aan het laboratorium voor erfelijkheidsleer en later bij Plantenfysiologie.

Toen de oorlog uitbrak in 1940, raakten de zusjes haast onvermijdelijk betrokken bij verzetswerk. Op de benedenverdieping van De Wolfswaard woonde Zwaantje Bosman, de eigenaresse van de boerderij, met haar zoon Jan van Roekel. Van Roekel was een verzetsleider en de ligging van De Wolfswaard aan de Rijn maakte het een goede uitvalsbasis voor het verzet in Wageningen. De zusjes Krijthe hielden hun illegale activiteiten in het begin van de oorlog vrij eenvoudig. Ze brachten levensmiddelenkaarten naar onderduikadressen, haalden geld op en verspreidden illegale blaadjes.

Het bovenhuis waar Eltien en Neeltje Krijthe woonden was via een achterdeur te bereiken. Photo: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

In de val

In 1942 kwamen twee joodse onderduikers bij de Krijthes wonen; broer en zus Marie en Theo Stoppelman. Hoewel de Sicherheitsdienst (SD) regelmatig een kijkje kwam nemen, ze werden niet ontdekt. Tot de SD op 20 mei 1944 om vijf uur ’s ochtends plotseling voor de deur stond.

Aanleiding van het bezoek was de arrestatie van drie Wageningers twee weken eerder. Zij hadden radio-onderdelen in bezit en één van hen was betrokken bij de illegale zender die opereerde vanaf De Wolfswaard. Zwaantje Bosman deed in nachtkleding de deur open voor de SD. Tegelijkertijd slopen Van Roekel en een verzetsvriend via de deel naar een schuilkelder in het moeras naast het huis.

De SD wilde de bovenwoning van de Krijthes bekijken. Bosman probeerde tijd te rekken door zich aan te kleden voor ze de SD via de achteringang naar de boven wees. Inmiddels hadden ook de Krijthes en hun onderduikers in de gaten wat er aan de hand was, maar hun balkondeur zat op slot. Ook hun uitweg naar de deel was vastgeschroefd, wat wijst op het werk van een verrader. De Krijthes, Marie en Theo Stoppelman zaten in de val.

Leven in gevangenschap

Het viertal werd voor verhoor meegenomen naar Arnhem en opgesloten in het Huis van Bewaring. Vijf dagen later werden Eltien en Neeltje per vrachtauto naar kamp Vught getransporteerd. Ze werkten daar tijdens hun gevangenschap voor Philips. Na vier maanden werden ze overgebracht naar vrouwenkamp Ravensbrück. De vrouwen doorstonden sadistisch getreiter van bewakers, moesten altijd paraat staan, kregen steeds minder eten en drinken en aan hygiëne was groot gebrek. Tot overmaat van ramp werd Eltien ziek.

Protest van onze kant hielp niet, we werden gescheiden, ik zag haar nooit weer
Neeltje Krijthe

Op 6 september vertrok Neeltje naar kamp Reichenbach. In herinneringen schrijft ze: ‘Het werden 50 uitgezochte vrouwen, ik was erbij, mijn zuster niet, die had angina. Protest van onze kant hielp niet, we werden gescheiden, ik zag haar nooit weer.’ Neeltje verbleef in totaal in zeven concentratiekampen en kwam als laatst in Salzwedel terecht. Ze werd ziek toen het einde van de oorlog naderde en op 14 april 1945 werd het kamp bevrijd. Neeltje werd opgevangen in een Katholieke instelling waar een non voor haar zorgde. Op 6 juni 1945 was ze genoeg opgeknapt om in een ziekenauto naar Bennekom te rijden, waar haar ouders woonden. Ze wist nog niet dat Eltien inmiddels was overleden in Ravensbrück, vermoedelijk op 4 maart 1945.

Na de oorlog

In 1946 hervatte Neeltje haar onderzoek naar pootaardappelen bij de Landbouw Hoogeschool. Ze kwam in vaste dienst van het Centraal Bureau voor Landbouwkundig Onderzoek in Wageningen. De oorlog en het gevoel dat ze verraden was, lieten sporen na bij Neeltje. Toen WVSV kort na de oorlog een tuinfeest organiseerde op de Wolfswaard vond ze dat een belediging voor haar en haar zuster. Ze zei: ‘Weet niemand dan meer wat daar gebeurd is?’ WVSV bood excuses aan maar zette het tuinfeest door. Iets later zegde Neeltje haar donateurschap van WVSV op.

In 1946 werd in de Aula van WUR een gedenksteen voor oorlogsslachtoffers onthuld. Ook Eltien Krijthe is erop vermeld. Photo: Didi de Vries

In 1952 werd Neeltje onderscheiden met het Mobilisatie Oorlogskruis en in 1973 ontving ze de Yad Vashem onderscheiding in het Joods Cultureel centrum in Amsterdam, omdat zij haar leven had geriskeerd om Joden te beschermen. Eltien ontving de medaille postuum en staat vermeld op de Gedenksteen in de aula van WUR en op de Naamwand van het Monument voor de Gevallenen aan de Costerweg. In 1990 bracht Neeltje voor het laatst een bezoek aan De Wolfswaard. Kort daarna overleed ze.

Lees meer over alumni van WUR