Persbericht

Virussen blijven mens, dier en plant belagen

Gepubliceerd op
16 januari 2014

Nieuwe en oude virussen vormen nog steeds een bedreiging voor het leven van plant, dier en mens. Griep, mond- en klauwzeer en het tomatenbronsvlekkenvirus zijn slechts enkele voorbeelden die een voortdurende alertheid vergen. In haar inaugurele rede op 16 januari bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Virologie aan Wageningen University geeft prof. Monique M. van Oers een uiteenzetting van de uitdagingen waarvoor onderzoekers zich zien gesteld vanwege de geraffineerde wijze waarop virussen opereren.

In haar inaugurele rede Kunst- en vliegwerk – Wisselwerkingen tussen virus, gastheer en vector gaat prof. Monique van Oers in op de relatie tussen virussen en hun gastheren zoals planten, dieren en mensen. Maar ze zoomt ook in op de rol van virus overdragende insecten – vectoren genoemd - zoals muggen en bladluizen.

Virussen hebben een enorme vlucht gemaakt bij de introductie van de landbouw, zo’n tienduizend jaar geleden, waarbij de bevolking groeide en mens en dier dichter op elkaar ging leven. Dit vereenvoudigde de overdracht van virussen van dier op mens. Door de parallelle opkomst van akkerbouw ontstonden monocultures waardoor plantenvirussen meer kans kregen. Van enkele virussen is de introductieweg welbekend. Zo brachten de Hunnen in de 4e eeuw runderpest mee naar Europa, later gevolgd door gelijksoortige epidemieën die verliepen via Mongoolse legers of de veehandel met Rusland.

Prof. Monique van Oers

“Wat we van deze voorbeelden kunnen leren, is dat problemen met virussen kunnen worden verwacht, wanneer populatiedichtheden toenemen en omgevingsfactoren veranderen, al dan niet door menselijk handelen”, stelt prof. Van Oers. “Het is dan ook niet verbazend dat we met de opkomst van de intensieve aquacultuur nu virusproblemen in de vis- en garnalenteelt zien verschijnen.” Om deze problemen tijdig te signaleren, controlemaatregelen te nemen en preventieprogramma’s te ontwikkelen is een nauwkeurige analyse nodig van alle aanwezige virussen door het inzetten van moderne sequentie-analyse technieken, voegt zij eraan toe.

Onbekende virussen

Die signalering staat ook ten dienste van het ontdekken van een enorm reservoir aan nog onbekende virussen, omdat hoogstwaarschijnlijk alle cellulaire organismen bevattelijk zijn voor virussen. In de genetische informatie van organismen worden voortdurend codes gevonden die van virale oorsprong zijn. “We moeten er ernstig rekening mee houden dat we wat virussen betreft slechts het topje van de ijsberg kennen”, aldus hoogleraar Van Oers, die Prof. Rob. W. Goldbach opvolgt, die in 2009 is overleden. In de tussentijd is prof Just M. Vlak interim leerstoelhouder Virologie geweest en hij is nu met emeritaat.

Slagveld

Het genetisch materiaal (RNA of DNA) van virussen kan zich relatief snel aanpassen aan de omstandigheden of de gastheer. In haar onderzoek zal de groep van prof. Van Oers zich onder meer concentreren op de manier waarop virussen hun gastheer of  vector, manipuleren. Daarmee vergroot het virus zijn kans zich te handhaven en te verspreiden. Het onderzoek richt zich op de manier waarop de strijd op het slagveld verloopt: de aanval door het virus, gevolgd door de afweer van de gastheer, de tegen-afweer van het virus en vervolgens  de tweedelijns afweer van de gastheer, waartegen het virus soms ook weer tegenmaatregelen neemt.  Het onderzoek concentreert zich op virussen van planten en insecten, en op door insecten overgedragen humane en dierlijke virussen.

Een bijzonder aandachtgebied zijn virussen die het gedrag van hun gastheer manipuleren. Het gebruikte modelsysteem zijn baculovirussen, die in rupsen tot hyperactiviteit en klimgedrag leiden. Het idee is dat het virus zich door het veranderde gedrag van de gastheer over een groter oppervlak kan verspreiden en daardoor een grotere kans heeft om een volgend slachtoffer te infecteren. De Wageningse virologen willen de moleculaire mechanismen achter dit soort gedragsmanipulaties ontrafelen. Daarnaast worden baculovirussen veelvuldig gebruikt voor de ontwikkeling van moderne vaccins en gentherapievectoren, een terrein waarin prof. Van Oers ook actief is.