Visie: Kansen voor koe en zuivelsector

Nieuws

Visie: Kansen voor koe en zuivelsector

Gepubliceerd op
26 november 2014

De Nederlandse zuivelsector heeft momenteel forse groeikansen: de melkquotering verdwijnt en de vraag naar melk en melkproducten van hoge kwaliteit stijgt op veel plaatsen in de wereld. Juist in ons land worden, terecht, zeer hoge eisen aan de kwaliteit en duurzaamheid van dierlijke productie en dus ook aan de melkveehouderij gesteld. Tegelijkertijd wordt nieuwe kennis ontwikkeld, die van belang is voor andere gebieden in de wereld, waar de zuivelsector zich ontwikkelt.

De publieke discussie richt zich vooral op dierenwelzijn en op meer of minder met elkaar verbonden begrippen als ‘grondgebondenheid’, ‘sluiten van kringlopen’ en ‘mestoverschot’. Sommige mensen bepleiten een maximaal aantal dieren per hectare of lokale grondgebondenheid binnen een straal van x kilometer. Echter, ook bij groei kan er nog ruimte zijn voor verdere verduurzaming van de melkveehouderij.

Melkveehouder zet flinke stappen

De laatste decennia hebben melkveehouders flinke stappen gezet op hun bedrijf. Twintig jaar geleden strooide een gemiddeld melkveebedrijf per hectare per jaar nog 359 kg stikstof en 89 kg fosfaat meer dan er geoogst werd, met problemen als ophoping en uitspoeling van fosfaat en ammoniakuitstoot en nitraat in grondwater als gevolg. Inmiddels is dit stikstofverlies gehalveerd en het fosfaatverlies zelfs met 73% verlaagd. Sommige bedrijven zijn al bijna in balans, anderen zullen volgen. Dat is bereikt met voermaatregelen, bemesting, graslandmanagement en verbeterde fokkerij waardoor koeien per kg melk steeds minder input nodig hebben. Daarnaast is nog winst te behalen door het verlengen van de levensduur, want dan hoeven melkveehouders minder jongvee aan te houden, en door aanpassingen in de samenstelling van het veevoer.

Publiek discussiepunt: Weidegang

Weidegang vormt een publiek discussiepunt dat voor de burger belangrijk is vanuit het oogpunt van dierwelzijn en landschapsbeleving. Ook een groeiend melkveebedrijf kan door slim beweiden en goed grasgebruik de koe in de wei houden. Weidegang is gunstig voor het milieu omdat de NH3 emissie en CH4 emissies van een bedrijf dalen, maar men moet wel rekening houden met extra lachgas (N2O) en met risico van nitraatuitspoeling. Bij weidegang varieert de samenstelling van het rantsoen meer, alleen al door weersinvloeden. Dat komt de voerbenutting niet altijd ten goede. Verplicht buiten zijn bij felle zon of veel regen en wind bevalt koeien evenmin goed. Aan de andere kant is er bij beweiding minder kans op de uieraandoening mastitis en is het beter voor de klauwen van de koe. Welbeschouwd kan een zorgvuldige melkveehouderij zowel met als zonder weidegang worden gerealiseerd, al zijn de aandachtspunten in de bedrijfsvoering dan wel verschillend.

Grondgebondenheid en gesloten kringlopen

Grondgebondenheid definiëren én eisen, kan contraproductief zijn, als het gaat om goed benutten van mineralen en mest. Mestverwerking kan op individueel bedrijfsniveau attractief lijken, terwijl alternatieven, die over meer bedrijven of op ketenniveau worden geïmplementeerd, een veel grotere bijdrage aan duurzaamheid leveren. Eisen dat alle voer uit de regio komt en de mest in diezelfde regio blijft, legt zoveel beperkingen op aan voersamenstelling en productie dat de (mineralen) efficiëntie per kg melk en per koe afneemt. Of die afname gecompenseerd wordt door minder aantal transportbewegingen is sterk de vraag. Maatregelen zouden zich moeten richten op het reduceren van verliezen, het op peil houden van bodemvruchtbaarheid en hoge productie per hectare, in plaats van te focussen op ‘grondgebondenheid’ en ‘gesloten kringlopen’.

Ketenbenadering duurzaamheid

Duurzaamheid moet dus vanuit het juiste perspectief worden bekeken. Dit kan door breed en integraal te denken en te handelen: niet alleen op bedrijfsniveau, maar door de hele keten heen.

Innovatie: Duurzame Zuivelketen

De Nederlandse melkveesector zet in op innovatie en investeert middels het programma Duurzame Zuivelketen in een verantwoorde groei met economische perspectieven nu het melkquotum vervalt. Het zou zeer onverstandig en oneerlijk zijn die ontwikkeling met onnodige beperkingen op slot te zetten. Zonder economisch perspectief geen innovatie, zonder innovatie geen verdere verbetering voor milieu en dierenwelzijn. Dat is de koe achter de wagen spannen.

Annie de Veer, directeur Wageningen UR Livestock Research
Martin Scholten, algemeen directeur Wageningen UR Animal Sciences