Nieuws

Volwassen runderen in Nederland langdurig beschermd door antistoffen tegen Schmallenbergvirus

Gepubliceerd op
2 mei 2014

80% van de onderzochte koeien op een melkveebedrijf in Nederland blijkt 24 maanden na introductie van het Schmallenbergvirus nog steeds virusneutraliserende antistoffen te hebben.

Kalveren geboren uit met Schmallenbergvirus (SBV) geïnfecteerde moederdieren krijgen via colostrum antistoffen tegen SBV binnen. Binnen vier tot zes maanden na geboorte zijn deze echter verdwenen. Een en ander blijkt uit onderzoek uitgevoerd door het Central Veterinary Institute (CVI), onderdeel van Wageningen UR.

In het grootste deel van Europa raakte in de periode 2011-2013 vee besmet met het Schmallenbergvirus: meest noordelijk in Finland, Turkije in het oosten, Spanje in het zuiden en Groot-Brittannië in westelijk Europa. Uit serologisch onderzoek van bloedmonsters van een representatief deel van landbouwhuisdieren in Nederland blijkt het merendeel van het rundvee antistoffen tegen SBV te hebben.


Bescherming tegen SBV

Tegen SBV is een vaccin ontwikkeld, dat een goede preventie tegen infectie kan zijn. Momenteel zijn er geen indicaties dat de via natuurlijke infectie ontstane immuniteit tegen SBV niet langdurig zou zijn, maar zeker zijn de onderzoekers daar nog niet van. Een dergelijke, langdurige immuniteit werd in Nederland ook tegen blauwtong serotype 8 gezien.

Vaccinatie

Immuniteit opgebouwd na natuurlijke infectie kan de vorming van antistoffen blokkeren als er gevaccineerd wordt. Dat gegeven is vooral belangrijk bij vaccinatie van pasgeboren dieren. Vaccinatie is in de periode van maternale bescherming niet aan te bevelen. Kalveren blijken de via colostrum binnengekregen antistoffen vier tot zes maanden bij zich te dragen. Hoe hoger de hoeveelheid antistoffen van het moederdier des te hoger is ook de bescherming dat het jonge dier bij zich draagt.

SBV efficiënt virus

24 maanden na de vermoedelijke eerste introductie van SBV op het onderzochte bedrijf had 80% van de melkkoeien nog steeds virusneutraliserende antistoffen in het bloed. Het SBV blijkt zeer efficiënt om in de bijna immune kudde toch nog vatbare dieren te vinden en te kunnen besmetten. Dit betekent voor de toekomst dat jonge drachtige en onbeschermde koeien het risico lopen op een klinische SBV besmetting.